Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

20 augustus 2019 | 19 Av 5779

Acharé Mot/Kedosjim

Acharé Mot/Kedosjim

Deze week lezen we de sidrot Acharé Mot en Kedosjim gecombineerd. Kedosjim is de heiligheidswet. Acharé Mot begint met de beschrijving van het ritueel van Jom Kippoer. Alleen op die dag mocht de Kohen Gadol (de Hogepriester) het Allerheiligste, de binnenste ruimte van de Tempel binnengaan.

“De Eeuwige zei toen tegen Mosjé: Spreek tot uw broer Aharon en zeg dat hij niet te allen tijde in het heiligdom binnen het voorhangsel mag komen, vóór het verzoendeksel dat op de ark ligt, opdat hij niet sterft, want Ik verschijn in de wolk op het verzoendeksel.”(Wajikra [Leviticus] 16:2).

Ik hoop dat voor de Kohen Gadol het binnengaan in het Allerheiligste een bijzondere spirituele ervaring was. Hoe het Allerheiligste er ook uitgezien heeft, het was de ruimte waarvan Tora zegt dat de Sjechina, de aanwezigheid van God er te vinden was in de wolk, niet zichtbaar voor het menselijk oog. De beschrijving van het ritueel gaat echter niet in op wat de Kohen Gadol ervoer maar blijft zakelijk. Het benadrukt de ingewikkelde rituelen die door de Hogepriester en zijn assistenten moesten worden uitgevoerd voor en na het binnengaan van het Allerheiligste.

Het Reform Jodendom waar wij de erfgenamen van zijn, is ontstaan aan het begin van de 19e eeuw op basis van het rationele denken van de Verlichting en (in ieder geval deels) als reactie op de romantische spiritualiteit van de Chassidische beweging in Oost Europa. De reform-beweging heeft voor velen in de 19e en 20e eeuw gefunctioneerd als een brug tussen de Joodse traditie en de westerse seculiere cultuur. Vanaf de zestiger jaren van de vorige eeuw werd er echter een gebrek gevoeld aan enthousiasme en spiritualiteit. Voor velen was het reformjodendom van het 20e eeuw als een gevoelloze ouder die je wel verzorgde op je levensweg, maar geen liefde kon geven. Er ontstond een sterke behoefte de rationele traditie te voeden met een nieuw, spiritueel elan. De beweging die in de zestiger en zeventiger jaren ontstond, bepaalt nog steeds de dynamiek in het reform- en liberale Jodendom.

Het boek Mé Hasjiloach (Mordechai Yosef Leiner) is geschreven in de 19e eeuw in een Chassidisch milieu. De reden dat het boek nu populair is geworden is dat het vaak de meer psychologische/spirituele kant van het Jodendom benadrukt. Er blijft echter altijd een balans. Leiners spiritualiteit is niet anti-intellectueel.

De termen die Leiner gebruikt bij de uitleg van onze sidra zijn “godvrezendheid” tegenover “liefde voor God”. Liefde is de gevoelskant die ons ertoe brengt de nabijheid van God te zoeken. Godvrezendheid is de kant van het ritueel, waarmee wij God dienen op een afstandelijke, esthetische manier. Voor Leiner is de les van deze sidra dat er een balans moet zijn. Als de Kohen Gadol, gedreven door een zoektocht naar spiritualiteit zo maar het Allerheiligste zou binnengaan, zou dat een groot gevaar opleveren voor hemzelf en voor het volk dat hij representeert. Enthousiasme voor de spirituele kant van het Jodendom is goed, maar moet niet zo alleen-overheersend zijn dat de eerbied voor God op de achtergrond komt.

Langs deze lijnen kunnen wij ook denken over het Jodendom van onze dagen. Ik denk dat wij zoeken naar een Jodendom dat enthousiasme kent en op die manier mensen ertoe brengt dichter bij God en de eredienst te komen. Maar het gaat niet alleen om een goed gevoel. Het is belangrijk elkaar aan te spreken op ons hele zijn, zodat wij de eerbied voor de Eeuwige meenemen in de ethiek en de rituelen van ons dagelijks leven. Een vol Joods leven gaat over liefde en vrees, over gevoel en ratio.

Nieuws

De Rabbijn legt uit: E-mails ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5779 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31