Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

11 december 2019 | 13 Kislev 5780

Balak

Balak

De vertelling over Balak en Bil'am behoort tot de mooiste verhalen van Tora. Het is een verhaal waarin alles van een andere kant wordt bekeken. Gewoonlijk lezen wij hoe vanuit het perspectief van Tora gesproken wordt over andere volkeren. Hier horen wij uit de mond van Balak, koning van Mo’av, een beschrijving van het Joodse volk dat gelegerd is in de woestijn en waar hij bang voor is. Het is die angst die er toe leidt dat hij Bil'am te hulp roept om het volk te vervloeken. Met Bil'am komen wij een profeet tegen die niet Joods is, maar toch visioenen krijgt en Gods woord spreekt. Wanneer Bil'am wordt gevraagd om het volk te vervloeken, dan wordt zijn vloek een zegen. “Hoe kan ik vervloeken wie God niet vervloekt, hoe kan ik verwensen wie de eeuwige niet verwenst?” (Bemidbar [Numeri] 23:8)

De zegenspreuk zelf is een lied. Het “Ma Towoe” waarmee wij onze avonddienst gewoonlijk openen is een citaat uit deze profetie “Hoe goed zijn uw tenten, Ja’akov, uw woningen Jisraël”(Bemidbar 24:5). Prachtige woorden die spreken tot ons hart. Maar wat te doen met iets als: “Want er is geen bezwering in Ja’akov of waarzeggerij in Jisraël” (Bemidbar 23:23)? Wordt er bedoeld dat Jisraël niet vatbaar is voor tovenarij, zoals Nachmanides meent? Of zouden Joden geen gebruik moeten maken van waarzeggers, zoals in de Midrasj wordt gezegd. Of heeft Rasji gelijk en is het volk te prijzen omdat waarzeggers en tovenaars geen deel uitmaken van het Joodse volk. Het probleem van gedichten en liederen is nou eenmaal dat ze meerduidig zijn. Is dit een zegen, een constatering of een opdracht? Misschien heeft een zegen altijd wel deze verschillende elementen in zich, zoals wanneer een ouder over zijn of haar kinderen zegt dat ze het ver zullen schoppen. Het kan een terechte constatering van de talenten van een kind zijn, maar er spreekt net zozeer hoop voor de toekomst uit. En voor het kind is het een boodschap over de doelen die het zou moet behalen. En wat als het niet lukt? Hoe verandert dan de relatie tussen kind en ouder? En tussen God en het Joodse volk?

Ik sluit met een heel andere uitleg van dezelfde tekst. Yosef Leiner (Me Hasjiloach), die ik hier vaker heb geciteerd, schreef in de negentiende eeuw en had in wezen al hetzelfde probleem als wij hebben. Als je er vanuit gaat dat tovenarij en waarzeggerij betekenisloos zijn, wat moet je dan met deze tekst? Tovenarij heeft geen vat op wie dan ook, dus ook niet op Jisraël. Leiner geeft daarom een heel andere, originele invulling. “Waarzeggerij” is voor hem een soort piekeren, continu nadenken over wat je zou willen doen. “Tovenarij” is in zijn interpretatie juist het tegendeel, alles maar over je laten komen, je daden laten leiden door wat er zich aandient, zonder na te denken over wat goed of slecht is. Hij gebruikt deze tekst als een oproep om je leven te leiden vanuit een besef van het goede binnen een Joods ethisch kader. Of dat is wat de tekst van Tora bedoelt, valt te betwijfelen. Maar de schrijvers van de tekst zullen zeker geen probleem hebben gehad met deze interpretatie.

Nieuws

De Rabbijn legt uit: Vechten met God/jezelf... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>

december

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31