Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

21 juni 2019 | 18 Sivan 5779

Balak

https://ezelinpraatjes.files.wordpress.com/2015/02/img-20140801-wa0009.jpg

Balak

Er zijn maar twee sprekende dieren in Tora. De eerste is de slang van het paradijs. Maar de situatie in het paradijs was natuurlijk anders. Misschien konden alle dieren toen wel spreken, of misschien waren Adam en Chawa wel in staat om alle dieren te begrijpen.

Het tweede sprekende dier is de ezelin van Bil’am (Bemidbar [Numeri] 22:21 e.v.). Balak, de koning van Moav, is bang voor het Joodse volk dat bij de grens is gelegerd. Hij vraagt Bil’am om het volk te vervloeken. Bil’am stemt erin toe maar geeft aan dat hij alleen kan zeggen wat God hem in de mond legt. Hij reist op een ezel, vergezeld door twee knechten, naar Balak. Een “dienaar van God” (Mal’ach, gewoonlijk vertaald met “engel”, het Hebreeuws heeft een veel minder fladderige connotatie) stelt zich meerdere keren op het pad op en maakt de doorgang moeilijk. De ezelin ziet de dienaar wel en wijkt uit, Bil’am ziet de dienaar niet. Bil’am wordt bozer en bozer, slaat de ezelin herhaaldelijk, tot God de ezelin de mond opent. "Ben ik niet uw ezelin, waar u op gereden hebt tot de dag van heden". Pas na een korte dialoog tussen Bil’am en zijn ezelin, opent God de ogen van Bil’am en ziet ook hij de dienaar op het pad staan. Met een getrokken zwaard. De ezelin heeft hem het leven gered.

Tora is zuinig met wonderen. Er zijn natuurlijk meerdere wonderlijke gebeurtenissen maar niet zo veel situaties die ècht niet kunnen, gegeven de wetten van de natuur. Dit is er één van.

Het verhaal met de ezelin is geen incident op zich, Bil’am maakt dat verderop duidelijk wanneer hij de woorden over Israel spreekt die God hem in de mond legt:

“Een profetische uitspraak van Bil’am, de zoon van Be’or, een profetische uitspraak van de man met een open oog. Een profetische uitspraak van hem die Gods woorden hoort, die als hij de visoenen van de Almachtige waarneemt, krachteloos neervalt, maar de ogen open heeft” (Bemidbar 24:3,4).

Horen en zien zijn sleutelwoorden in Tora. “Horen” doet ons natuurlijk direct denken aan het Sjema: ”Hoor Israël, de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is één”. Allerlei vormen van het woord “zien” spelen een rol in, vooral, het boek Beresjit. Het verhaal van Bil’am en zijn ezelin maakt expliciet wat in de andere verhalen impliciet blijft. In Tora is het onze opdracht om waar te nemen en te luisteren, maar wat wij zien en horen is alleen de waarheid zoals deze ons wordt getoond. Bil’am zegt dat hij alleen de woorden kan spreken die God hem in de mond legt, maar de rol van God in het verhaal gaat veel verder. In Tora is het God die bepaalt wat wij kunnen waarnemen. Zoals in Misjlee [Spreuken] 20:12 staat: “Een oor dat hoort en een oog dat ziet, ook die beide heeft de Eeuwige gemaakt.”

Ik mag die ezelin wel.

Nieuws

De Rabbijn legt uit: Eldad en Medad profeteren in het kamp ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5779 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

juni

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30