Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

16 september 2019 | 16 Elul 5779

Behar-Bechoekotaj

Behar-Bechoekotaj

In de sidra Bechoekotai vinden we het volgende vers: “Ik zal Mijn tabernakel in uw midden plaatsen en Mijn ziel zal niet van u walgen. Ik zal in uw midden wandelen. Ik zal u tot een God zijn en u zult Mij tot een volk zijn.” (Wajikra [Leviticus] 26: 11-12). De zinnen maken deel uit van één van de hoofdstukken van “zegen en vloek” die we in Tora vinden. Een soortgelijke tekst staat in Dewarim (Deuteronomium), in de sidra Kie Tavo. Het zijn onthutsende teksten die beginnen met het schetsen van de mooie werkelijkheid die ons te wachten staat wanneer we de woorden van de Eeuwige ter harte nemen, maar dan doorgaan met harde beschrijvingen van de toekomst wanneer de relatie met God niet loopt zoals die zijn moet. Het zijn vreselijke beschrijvingen die niet goed passen in een wereldbeeld waarbij God alleen maar staat voor het liefderijke en voor vergevingsgezindheid.

Jodendom gelooft dat er één God is en dat de verantwoordelijkheid voor alles dat gebeurt op de één of andere manier terug te voeren is op die éne God. Het heeft dus wel degelijk zin om, binnen onze religieuze belevingswereld, ook te spreken over wat er niet goed gaat. Mensen doen nou eenmaal vreselijke dingen. De consequenties van het menselijk handelen zijn vaak generaties lang te merken. Het heeft zin niet alles met de mantel der liefde toe te dekken. Jodendom spreekt niet alleen over vergeving, maar ook over rechtvaardigheid als een eigenschap van God.

De verzen die ik citeerde vormen de overgang van de “zegen” naar de “vloek”. Het beeld, God in het midden van het volk, krijgt in het commentaar van Rasji (11e eeuw, teruggaand op een ouder midrasj-commentaar) een extra element. Hij leest het als: “Ik zal wandelen, samen met jullie in de Tuin van Eden”.

Jodendom heeft een probleem met een eenvoudig beeld van de relatie tussen ons handelen en een straf of beloning die we daarvoor zouden kunnen krijgen. “Er is in deze wereld geen beloning voor het doen van de Mitswot” zegt rabbi Ja’akov in de Talmoed (Kiddoesjin 39b). We zien in de wereld om ons heen te vaak dat het de slechten goed en de goeden slecht gaat. God vergeeft en God straft, maar het idee dat je alleen maar de mitswot hoeft te doen om het kwade buiten de deur te houden, is magisch denken, op de rand van afgodendienst.

Het beeld dat Rasji schetst van de wereld van het Goede, is een messiaans beeld waarin heel de mensheid leeft, samen met God in het paradijs. Ik denk dat Rasji dit beeld hier met opzet introduceert. Niet alleen wanneer het een individu betreft, maar ook wanneer het over het volk gaat, is de relatie tussen goed en slecht niet eenvoudig, niet rechtlijnig. Maar het blijft belangrijk het goede te doen, zelfs als wij zelf, tijdens ons eigen leven, daar de opbrengst niet van zien. 

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Uit je dak gaan ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

september

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30