Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

26 september 2021 | 20 Tishri 5782

Bemidbar

Bemidbar

Er is iets bijzonders met volkstellingen in Tenach: ze mogen niet en ze zijn gevaarlijk. Het beste voorbeeld van wat er mis kan gaan bij een volkstelling vind je in 2 Samuel 24. Daar wordt het verhaal verteld van David die een volkstelling houdt en daarna mag kiezen op welke wijze hij gestraft wil worden. Het is een nogal gruwelijk verhaal en er gaan uiteindelijk veel mensen dood. Niet David’s mooiste moment. De waarschuwing voor volkstellingen vind je in Sjemot [Exodus] 30:11 en verder. Daar wordt uitgelegd dat, als je een telling wilt houden je iedereen een halve sjekel moet laten betalen als verzoening zodat je niet zult sterven als gevolg van de telling. Het is ook wel een praktische manier om het te doen. Je hoeft alleen maar te tellen hoeveel sjekel je hebt, dan weet je hoeveel mensen er zijn.

 

Ik weet niet precies waarom Tenach zozeer gekant is tegen tellingen, ik vermoed dat het in Tora gezien wordt als een teken van gebrek aan vertrouwen. God belooft dat Hij het volk zou maken als het zand op het strand of de sterren aan de hemel. Als je het aantal Joden telt, is het alsof je wilt controleren of God zich aan Zijn belofte houdt.

 

Dat gezegd hebbende, lijkt Tora toch ook wel een soort fixatie te hebben met tellingen. Het boek Sjemot (het tweede boek van de Tora) begint met een lijst van namen van de zeventig mensen die samen met Ja’akov naar Egypte gingen. Dan heb je ook nog de volkstelling in Sjemot 30 waarin gesproken wordt over de halve sjekel. Deze vindt plaats rond de tijd van het ontvangen van Tora bij de berg Sinai. Wij lezen deze week de sidra Bemidbar, de eerste sidra van het derde, gelijknamige boek van Tora. De telling waar wij nu over lezen, is dus weer aan het begin van een boek, parallel met die aan het begin van Sjemot.

 

Het aantal mensen in de twee tellingen, die van voor en die van na het gouden kalf, komt beide ongeveer op hetzelfde uit, 600.000. Het zijn alleen de volwassen mannen, vrouwen en kinderen worden niet geteld. Je leest vaak dat dit aantal overeenkomt met het aantal letters van Tora. Dat is niet het geval. Het aantal gewone, zichtbare letters is ongeveer de helft. In kabbalistische kring wordt ook wel gezegd dat het aantal overeenkomt met het aantal mogelijke namen van God. Of dat zo is, kan ik niet nagaan.

 

Wat ik wel begrijp is de achtergrond van de gedachte. Er wordt wel gezegd dat de hele Tora kan worden opgevat als één grote naam van God. Tora is de manier om God te leren kennen en aan te spreken. En net zoals er maar één God en één Tora is, is er maar één mensheid. Voor ieder mens is er een letter. Het is een pad om met God in contact te komen. Een letter in Tora heeft alleen betekenis als het een onderdeel vormt van een woord, een zin of het geheel van Tora. Zo is ook het Joodse volk één geheel en is het belangrijk dat ieder individu in verband staat met de mensen om hem of haar heen. 

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5780 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Offer... Lees meer >>

september

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30