Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

16 september 2019 | 16 Elul 5779

Besjalach

Besjalach

Daar staat het volk dan, net gevlucht uit Egypte. Vóór zich de Schelfzee, achter zich de legermacht van Egypte, voorzien van de modernste strijdwagens. Het volk klaagt, Mosjé roept God aan. Men voelt zich reddeloos en reageert redeloos. En wat zegt God dan tegen Mosjé: “Wat ben je daar aan het roepen! Zeg tegen de Israëlieten dat ze op weg moeten gaan!” (Sjemot [Exodus] 14:15). Alsof de uittocht een vakantiereis is en God de vader die ongeduldig begint te worden. “Houd je mond, pak je spullen en ga in de auto zitten!”.

Mag je dan niet tot God roepen als je in moeilijkheden terecht bent gekomen? Op verschillende plaatsen in Tenach (de Hebreeuwse Bijbel) lezen wij juist dat God het roepen van de mensen hoort en dat dit het beginpunt is van de redding. Een paar hoofdstukken terug bijvoorbeeld nog “Ik heb duidelijk de onderdrukking van Mijn volk, dat in Egypte is, gezien en heb hun geschreeuw om hulp vanwege hun slavendrijvers gehoord. Voorzeker, Ik ken hun leed” (Sjemot 3:7). De basis van de gebedsdienst is toch eigenlijk de geachte dat, wanneer je God aanroept, deze naar je luistert. Waarom mag Mosjé hier niet roepen? Geen wonder dat verschillende commentatoren problemen hebben met deze tekst.

Een belangrijk 18e eeuws commentaar, “Or ha-Chajim” geeft een Kabbalistische uitleg die te maken heeft met de wisselwerking tussen de Goddelijke kracht en de menselijke daad. Het volk staat aan de rand van de Schelfzee in het teken van “Midat ha-Din”, Gods onbuigbare oordeel. Om het wonder van het splitsen van de zee te kunnen doen, wil God zelf in een andere “modus” gebracht worden die “Midat ha-Rachamim” heet. Dat moet met behulp van de actie van de mens. Het stilstaande volk zorgt ook voor stilstand in het Hemelse. Roepen helpt niet. Er is aan beide kanten beweging nodig om het wonder te kunnen laten gebeuren.

Beste lezer, mogelijk denk je nu zoiets als “waar gaat dit nou weer over”. Daar ben je niet alleen in. Kabbala, Joodse mystiek, is soms behoorlijk mysterieus.

Tora is niet een geschiedenisboek maar vertelt een verhaal van alle tijden en spreekt daarmee ook tot ons, in onze tijd. Tussen het leger en de Schelfzee, tussen hamer en aanbeeld, het is de ervaring van iedereen die zich afvraagt of dit het moment is om iets te gaan doen of af te blijven wachten. Tegenover degene die zegt: “Bid tot God en er komt hulp” staat degene die zegt: “Hoezo bidden, red jezelf, God luistert toch niet”. De Kabbala probeert een midden te vinden tussen de twee. God heeft het gebed nodig, maar ook de wil van de mens om in beweging te komen.

De Talmoed vertelt ons dat een jonge man, Nachsjon ben Awinadav, nog voordat de zee zich spleet als eerste van de kant het water in liep. Vaak lees je dat hij dit deed omdat hij in redding vertrouwde. Wist hij het zeker en was het dit vertrouwen op de goede afloop die het wonder mogelijk maakte? Of zijn inzicht dat wie niets doet, passief blijft, kwetsbaar is? Wie passief blijft, overkomt dingen, dat is “Midat ha-Din”. Wie in staat is om in beweging te komen, maakt verandering mogelijk en maakt het voor zichzelf mogelijk om barmhartigheid te ervaren. Misschien is dat wel wat Or ha-Chajim bedoelt. 

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Uit je dak gaan ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

september

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30