Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

21 juni 2019 | 18 Sivan 5779

Bo

Bo

Ik word regelmatig gevraagd om deel te nemen aan multiculturele, religie overstijgende bijeenkomsten. Omdat ik “wegen van vrede” belangrijk vind, ben ik geneigd om mijn medewerking te verlenen. Vaak hebben de bijeenkomsten een thema waarvan de organisatoren denken dat het neutraal is en voor iedereen wel invulbaar. Aan het eind van het jaar, zo aan het einde van december, wil het nog wel eens iets zijn als “het Goddelijke licht”. Dat klinkt heel mooi en toegankelijk maar is toch echt wel ingewikkelder dan het lijkt. Waar komt de duisternis dan vandaan? Is duisternis dan niet Goddelijk?

In de sidra van deze week vinden we onder meer de beschrijving van de negende plaag:
“Toen Mosjé zijn hand uitstrekte naar de hemel, kwam er een dikke duisternis over het land Egypte, drie dagen lang. Zij zagen elkaar niet, en drie dagen lang stond niemand op van zijn plaats. Voor alle Israëlieten echter was het licht in hun woongebieden.” (Sjemot [Exodus] 10:22 ev.).

Veel van de tien plagen hebben een leven-of-dood karakter en lijken vooruit te wijzen naar de laatste plaag, de sterfte van de eerstgeborenen. Zoals de eerste plaag waarbij het water van de Nijl veranderd in bloed. Beide, water en bloed, zijn dragers van leven. En beiden kunnen je dood betekenen.

De voorlaatste plaag is duisternis. De Hebreeuwse tekst omschrijft het als “chosjech afela”, twee woorden die beiden “duisternis” betekenen. Het is dus een bijzondere duisternis, niet gewoon de afwezigheid van licht. In de traditionele Joodse commentaarliteratuur wordt het wel omschreven als een materiële duisternis die zo dik en zwaar is dat je hem kunt aanraken. Een soort “dark matter” dus.

In Midrasj Raba, Sjemot 14:2 (een belangrijke midrasj-bundel uit het eerste millennium) wordt de vraag gesteld waar deze dikke duisternis vandaan komt. Rabbi Nechemja en Rabbi Jehoeda hebben een meningsverschil. De een meent dat deze speciale duisternis uit de hemel komt, de andere meent dat de bron van de duisternis wel de onderwereld moet zijn. De onderwereld, dat lijkt wel voor de hand te liggen, maar hoe zou deze duisternis uit de hemel kunnen komen? In zijn populaire en toegankelijke commentaar op Tora “Netivot Shalom” (paden van vrede) stelt de chassidische rabbijn Shalom Noah Berezovsky (1911-2000) deze vraag. Ik maak gebruik van zijn antwoord.

Berezovsky heeft een duidelijke voorkeur voor de hemelse afkomst van de duisternis. Deze duisternis komt niet “gewoon” uit de hemel, maar zelfs uit de hemel in één van de hogere werelden, die van “beriah” (zie hier voor een uitleg over de vier werelden). En juist dat gegeven vormt, volgens Berezovsky, de basis van de paradox. De duisternis is, in zijn idee, helemaal geen echte duisternis, maar juist een licht dat zo helder is dat het voor de kwaadwillige niet hanteerbaar is. Voor hen is het een verblindend licht. Het is niet de aard van het licht, maar de geestelijke toestand van de Egyptenaren in het uittochtverhaal die het voor hen onmogelijk maakt om iets waar te nemen.

Dat wat een tastbare duisternis is voor de onderdrukkers in het uittochtverhaal, is een bron van licht voor de, zeg maar, verlichte zielen van de Joden in hun woongebieden.

Berezovsky’s gedachte is relevant voor onze dagen. In onze tijd van uitvergrote tegenstellingen lijkt inderdaad het licht en de waarheid van de één, de duisternis en de leugen van de ander te zijn. Het is niet de duisternis, maar de toestand van de mens zelf die het onmogelijk maakt om op te staan en, belangrijker nog, de ander waar te nemen. 

Nieuws

De Rabbijn legt uit: Eldad en Medad profeteren in het kamp ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5779 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

juni

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30