Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

27 september 2021 | 21 Tishri 5782

Dewarim

Dewarim

Stel, jij staat op de plaats van Mosjé vlak bij de Berg Nebo. Je staat op het punt om te beginnen met een lange afscheidsrede omdat je weet dat je sterven gaat en je kijkt je aantekeningen door. Dit is de laatste kans is om het verzamelde volk Israel te vertellen wat je werkelijk belangrijk vindt. Waar zou je het dan over hebben?

Het eerste onderwerp dat Mosje aansnijdt is zijn onvermogen om het volk langer leiding te geven: “Ik alleen kan u niet dragen. De Eeuwige, uw God, heeft u talrijk gemaakt, en zie, u bent heden zo talrijk als de sterren aan de hemel.” Anders dan in andere gevallen citeert Mosjé niet een gebod, maar geeft alleen een raad: “Geef voor uzelf, ingedeeld naar uw stammen, wijze mensen met inzicht en kennis, dan zal ik hen tot hoofd over u aanstellen. (Dewarim [Deuteronomium] 1:9 e.v.)”.

Het boek Dewarim bestaat voor het grootste deel uit redevoeringen van Mosjé waarin hij een resumé geeft van de gebeurtenissen van de afgelopen 40 jaar tijdens de tocht door de woestijn. Het onderwerp van het gedeelde leiderschap is al eerder in Tora aan bod geweest, in de sidra Jitro. Ook daar is het geen Goddelijk gebod (geen mitswa in de gebruikelijke zin). Jitro, de schoonvader van Mosjé is bij zijn schoonzoon op bezoek en ziet dat deze veel te veel bezig is met het oplossen van individuele problemen van leden van het volk. Hij stelt Mosjé voor rechters aan te stellen in een gelaagd systeem. In Dewarim, de sidra van deze week, vertelt Mosjé het verhaal nog een keer, maar dan zonder de rol van Jitro. Verderop in Dewarim komt hij nog een keer op het onderwerp terug: “U moet binnen al uw poorten, die de Eeuwige, uw God, u geeft, rechters en beambten over uw stammen aanstellen. Zij moeten met een rechtvaardig oordeel rechtspreken over het volk (Dewarim 16:18)”.

Tora geeft ons regels voor verschillende gebieden van ons leven. Veel van de regels vertellen ons wat wij als individu moeten doen of laten. Of je kosjer eet of niet is voor een groot deel een keuze die je voor jezelf maakt, maar soms is het ook een keuze die je samen met de mensen waarmee je leeft maakt. Welke rituelen deel uitmaken van je leven, ligt in dezelfde sfeer.

Veel van de regels van Tora hebben ook consequenties voor de maatschappij waarin je leeft. Tora beschrijft hoe een rechtvaardige samenleving eruit hoort te zien, met rechters die zonder aanziens des persoons recht spreken.

Tora spreekt echter zelden expliciet over wat je wordt geacht te denken of te voelen. Tegenwoordig zouden we zeggen dat dat ook niet zo veel zin heeft, je weet nooit wat iemand denkt. Je kunt dus ook geen verplichtingen opleggen. In de meer spirituele en mystieke kanten van het Jodendom werd dat echter als een gemis gezien. “Torat Chowot Halewawot” (“de verplichtingen van het hart”) van Bachja ibn Pakuda (1e helft 11e eeuw) is een vroeg voorbeeld van een boek dat probeert duidelijk te maken wat Jodendom te zeggen heeft over gedachten en gevoelens.

In Sefer Netivot Sjalom stelt Sholom Noach Berezovsky de vraag waarom Mosje opent met deze woorden en waarom het een voorstel is en niet een opdracht. Het antwoord vindt hij door de tekst te begrijpen als een voorstel voor ieder individu op zich. Je moet binnen je eigen menselijke poorten, daar waar indrukken uit de buitenwereld je bereiken, zelf wachters aanstellen om te beslissen wat je gaat doen met de geuren, smaken en beelden die je waarneemt. De beslissingen die je neemt, bepalen wie je als mens bent. Die beslissingen neem je niet door klakkeloos te volgen wat een ander je zegt en ook niet op basis van een onbezonnen gedachte, je moet ze zelf nemen, met behulp van wijsheid, inzicht en kennis: Chochma, Bina en Da’at. Dat is niet niks. 

Stel, jij staat op de plaats van Mosjé vlak bij de Berg Nebo. Je staat op het punt om te beginnen met een lange afscheidsrede omdat je weet dat je sterven gaat en je kijkt je aantekeningen door. Dit is de laatste kans is om het verzamelde volk Israel te vertellen wat je werkelijk belangrijk vindt. Waar zou je het dan over hebben?

Het eerste onderwerp dat Mosje aansnijdt is zijn onvermogen om het volk langer leiding te geven: “Ik alleen kan u niet dragen. De Eeuwige, uw God, heeft u talrijk gemaakt, en zie, u bent heden zo talrijk als de sterren aan de hemel.” Anders dan in andere gevallen citeert Mosjé niet een gebod, maar geeft alleen een raad: “Geef voor uzelf, ingedeeld naar uw stammen, wijze mensen met inzicht en kennis, dan zal ik hen tot hoofd over u aanstellen. (Dewarim [Deuteronomium] 1:9 e.v.)”.

Het boek Dewarim bestaat voor het grootste deel uit redevoeringen van Mosjé waarin hij een resumé geeft van de gebeurtenissen van de afgelopen 40 jaar tijdens de tocht door de woestijn. Het onderwerp van het gedeelde leiderschap is al eerder in Tora aan bod geweest, in de sidra Jitro. Ook daar is het geen Goddelijk gebod (geen mitswa in de gebruikelijke zin). Jitro, de schoonvader van Mosjé is bij zijn schoonzoon op bezoek en ziet dat deze veel te veel bezig is met het oplossen van individuele problemen van leden van het volk. Hij stelt Mosjé voor rechters aan te stellen in een gelaagd systeem. In Dewarim, de sidra van deze week, vertelt Mosjé het verhaal nog een keer, maar dan zonder de rol van Jitro. Verderop in Dewarim komt hij nog een keer op het onderwerp terug: “U moet binnen al uw poorten, die de Eeuwige, uw God, u geeft, rechters en beambten over uw stammen aanstellen. Zij moeten met een rechtvaardig oordeel rechtspreken over het volk (Dewarim 16:18)”.

Tora geeft ons regels voor verschillende gebieden van ons leven. Veel van de regels vertellen ons wat wij als individu moeten doen of laten. Of je kosjer eet of niet is voor een groot deel een keuze die je voor jezelf maakt, maar soms is het ook een keuze die je samen met de mensen waarmee je leeft maakt. Welke rituelen deel uitmaken van je leven, ligt in dezelfde sfeer.

Veel van de regels van Tora hebben ook consequenties voor de maatschappij waarin je leeft. Tora beschrijft hoe een rechtvaardige samenleving eruit hoort te zien, met rechters die zonder aanziens des persoons recht spreken.

Tora spreekt echter zelden expliciet over wat je wordt geacht te denken of te voelen. Tegenwoordig zouden we zeggen dat dat ook niet zo veel zin heeft, je weet nooit wat iemand denkt. Je kunt dus ook geen verplichtingen opleggen. In de meer spirituele en mystieke kanten van het Jodendom werd dat echter als een gemis gezien. “Torat Chowot Halewawot” (“de verplichtingen van het hart”) van Bachja ibn Pakuda (1e helft 11e eeuw) is een vroeg voorbeeld van een boek dat probeert duidelijk te maken wat Jodendom te zeggen heeft over gedachten en gevoelens.

In Sefer Netivot Sjalom stelt Sholom Noach Berezovsky de vraag waarom Mosje opent met deze woorden en waarom het een voorstel is en niet een opdracht. Het antwoord vindt hij door de tekst te begrijpen als een voorstel voor ieder individu op zich. Je moet binnen je eigen menselijke poorten, daar waar indrukken uit de buitenwereld je bereiken, zelf wachters aanstellen om te beslissen wat je gaat doen met de geuren, smaken en beelden die je waarneemt. De beslissingen die je neemt, bepalen wie je als mens bent. Die beslissingen neem je niet door klakkeloos te volgen wat een ander je zegt en ook niet op basis van een onbezonnen gedachte, je moet ze zelf nemen, met behulp van wijsheid, inzicht en kennis: Chochma, Bina en Da’at. Dat is niet niks. 

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5780 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Offer... Lees meer >>

september

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30