Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

27 november 2022 | 3 Kislev 5783

Dewarim

Dewarim

Deze week lezen wij de eerste sidra uit het boek Dewarim [Deuteronomium]. In de eerste vier boeken is het hele verhaal van de Tora verteld, van de schepping tot aan het eind van de tocht door de woestijn. Het vijfde boek heeft een heel andere structuur. Staande aan de voet van de bergen, net ten Oosten van de Jordaan, vertelt Mosjee het daar verzamelde volk wat er allemaal gebeurd is.

Voor wie vertelt Mosjee dat eigenlijk allemaal?

Vrijwel alle mensen die de uittocht bewust meemaakten zijn inmiddels in de woestijn gestorven. Het volk bestaat op dat moment uit zij die kind waren in de tijd van de uittocht (die toen het verschil tussen goed en kwaad nog niet wisten) en de mensen die daarna geboren waren.  In het boek Dewarim zijn het deze mensen die de uittocht niet hebben meegemaakt die direct worden aangesproken. Ze weten niet precies wat er is gebeurd, het moet ze worden verteld. Mosjee spreekt ze echter aan alsof ze er wel waren. Bijvoorbeeld wanneer hij vertelt over het geven van de tien woorden in Dewarim 5:3 en 4:

Niet met onze vaderen heeft de Eeuwige dit verbond gesloten, maar met ons, wij die hier heden allen in leven zijn. Van aangezicht tot aangezicht heeft de Eeuwige met u gesproken op de berg, vanuit het midden van het vuur.

In de Joodse traditie wordt gezegd dat de Tora de woorden zijn de God gedicteerd heeft aan de Mosjee toen hij op de berg Sinaï was. We weten echter dat de tekst later is ontstaan en opgeschreven. Verderop in Tenach, in 2 Koningen 22, wordt verteld hoe de Hoge Priester Chilkia en de schrijver Sjafan een boek in de Tempel vinden. Ze lezen dit boek aan het verzamelde volk voor. Het vinden van het boek maakt onderdeel uit van religieuze hervormingen die in de zevende eeuw plaatsvonden onder leiding van koning Joshia. Veel mensen nemen aan dat dit “gevonden” boek toen eigenlijk net geschreven was. En dat maakt de bewoners van Jeruzalem de eerste toehoorders.

Wij zijn eigenlijk in dezelfde situatie als de generatie in de woestijn en het volk in Jeruzalem. Ook wij zijn geen slaven in Egypte geweest en stonden niet bij de berg Sinaï toen de Tien Woorden werden gegeven. Maar, zoals wij leren uit de Hagada tijdens Pesach, wij moeten onszelf zien alsof wij bevrijd zijn uit de slavernij van Egypte. En dus ook alsof wij bij Sinaï stonden. En tegelijkertijd zijn wij de toehoorders van Mosjee. Wij staan allemaal aan de oever van de Jordaan en horen voor het eerst de woorden van de Tora. Omdat het verbond niet met onze vaderen is gesloten, maar met ons.

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: installatie Rabbijn Peter Luijendijk op 19 juni 2022 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Offer... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: op Sjabbat 21 mei 2022 nam Albert afscheid als rabbijn van onze LJG Lees meer >>

november

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30