Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

20 augustus 2019 | 19 Av 5779

Jetro

Jetro

In de tijd van de Talmoed was het gebruikelijk dat na het lezen van een stuk uit de Tora, iemand uit de gemeente de tekst vertaalde in het Aramees. De functionaris die dat deed werd de “metoergeman” genoemd. Deze vertaling was niet zo maar iets, maar moest aan allerlei regels voldoen die tot doel hadden duidelijk te maken dat de vertaling niet meer is dan dat, en dat de eigenlijke autoriteit ligt in de tekst van de geschreven Tora. Zo moet de Tora gelezen worden uit de rol zelf en niet uit iets anders maar moet de metoergeman zijn vertaling juist uit het hoofd opzeggen, zonder boek of rol voor zich. Een metoergeman moest zich terdege voorbereiden. Het gebruik om de vertaling in het Aramees voor te dragen bestaat naar verluidt nog in een aantal oriëntaalse gemeenten. Verder is het overal verdwenen. We hebben tegenwoordig de mogelijkheid een vertaling mee te lezen. Er zijn tegenwoordig ook meer mensen dan ooit eerder die Hebreeuws verstaan. Aan een Aramese vertaling hebben we daarentegen niet veel meer.

De sidra van deze week gaat voornamelijk over het geven van de Tien Woorden (de Tien Geboden) ten overstaan van heel het volk dat rond de berg Sinaï verzameld is. In de inleiding tot de eigenlijke Tien Woorden staat: “De stem van de Sjofar werd gaandeweg zeer sterk. Mozes sprak en God antwoordde hem met een stem” (Sjemot [Exodus] 19:19). Deze tekst wordt in de Talmoed aangehaald als bewijs voor een andere regel. De vertaler mag niet luider spreken dan degene die de beracha zegt vóór het lezen uit de Tora en ook niet dan degene die uit de Tora lajent. De functie van de regel is wel duidelijk. Het lezen moet om de Tora gaan en niet om allerlei zaken daaromheen, zoals hoe mooi de metoergeman dat wel kan. Maar de bewijsplaats is eigenlijk een beetje vreemd. Hoe moeten we het spreken en antwoorden van Mosje en God vergelijken met het lezen uit Tora?

Ook rabbijnen hebben hobby’s. Een tijdje terug heb ik “Mé ha-Sjilo’ach” aangeschaft. Het is een 19e eeuws commentaar in het Hebreeuws op, onder meer, de Tora, een compilatie van aantekeningen van de lessen van Mordechai Yosef Leiner, de Izbitzer rebbe, opgeschreven door zijn kleinzoon. Ik heb al vaker geciteerd uit dit werk dat tegenwoordig weer populair is geworden.

In Mé ha-Sjiloach zegt Leiner iets dat eigenlijk vrij radicaal is. Hij maakt van het geven van de Tien Woorden een tweegesprek tussen Mosjé en God. Het is Mosjé die de tekst zegt, als het ware uit de Tora, het zijn deze woorden die het volk heeft gehoord. Maar het is de zachtere stem van God die, als de vertaler, antwoordt en de woorden in de harten van de omstanders grift. Het is God die zorgt dat wij de oude woorden van de Tora steeds opnieuw begrijpen en deel maken van ons leven. Leiner zegt dat wij allemaal dezelfde woorden horen, maar dat het Gods keuze is dat wij die allemaal begrijpen op onze eigen manier.

Nieuws

De Rabbijn legt uit: E-mails ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5779 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31