Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

24 januari 2019 | 18 Shevat 5779

De rabbijn legt uit

De rabbijn legt uit

Van oudsher is een van de ideeën die binnen de Christelijke wereld bestaan over Jodendom de gedachte dat Joden zich proberen te “rechtvaardigen” door daden terwijl dit, zo leert het Christendom, alleen kan door middel van het juiste geloof. Het is die gedachte die tot uiting komt in de verbeelding van Synagoga en Ecclesia die je regelmatig in Middeleeuwse kerken en manuscripten tegenkomt. De geblinddoekte Synagoge klampt zich vast aan de Stenen Tafelen, symbool van de Mitswot. Ecclesia vindt grond onder de voeten door de miskelk vast te houden, symbool van de kruisdood van Jezus. Het is een gedachte die teruggaat op Paulus maar die, op allerlei manieren verpakt, nog steeds doorklinkt (impliciet of expliciet) wanneer Joden en Christenen met elkaar in gesprek raken.

Er zit wel een soort waarheid in deze gedachte. Kerkscheuringen in West Europa gaan gewoonlijk over details van het geloof. Wie behoort tot jouw soort Jodendom wordt gewoonlijk bepaald door de vraag hoe je de Mitswot interpreteert. Ik hoor ook wel Joden spreken die bovenstaande gedachte (van oorsprong dus niet een Joodse) tot een soort waarde hebben gemaakt. Afgelopen zondag nog hoorde ik de voorzitter van één van onze gemeenten zich afvragen of geloof wel belangrijk is in het Jodendom.

Het onderscheid tussen Jodendom en Christendom lijkt op deze manier overzichtelijk, maar als je de consequentie ervan beziet, zit er iets paradoxaals in. Zou er werkelijk een dominee zijn die van de kansel wil roepen dat, als je maar gelooft, je daden niet meetellen en je er maar op los kunt leven? Is dan iedere wreedheid toegestaan in de relatie met de medemens, zolang het maar uitgaat van het juiste geloof? In het Jodendom geloven wij dat je je aan de Mitswot moet houden omdat ons die door God zijn opgedragen. Het beginpunt van de daden is de opdracht van God. Geloof in het bestaan van God en de openbaring (in welke vorm dan ook) is daarbij natuurlijk een uitgangspunt.

De basis van ieder soort traditioneel Jodendom (en daar reken ik ons Liberale Jodendom bij) is een geloof in God. Tegelijkertijd mist Jodendom een eenduidige kijk op wie of wat die God precies is en wat de relatie is tussen individu en Schepper. Er is ook veel meer ruimte voor het contextafhankelijke van Godsgeloof. We weten dat het de één makkelijker valt om te geloven dan de ander en ook dat de mate waarin iemand de nabijheid van God voelt, per levensfase kan verschillen. Daar waar in veel vormen van het Protestants Christendom de afwezigheid van de persoonlijke Godservaring geldt als een teken van de afwijzing door God, zou onze traditie dat veel eerder duiden als een vorm van beproeving, een opdracht om, als mens, juist dichter bij God te komen.

En nu de (toegegeven, wat dunne) aanleiding om dit allemaal een keer op te schrijven. In de sidra van deze week, Bo, lezen we over de laatste van de plagen en het begin van de uittocht. Tussen het verhaal door komt de opdracht om Pesach te vieren als herdenking aan de uittocht. Ook vinden we hier de opdracht om de eerstgeborenen aan God te wijden:

De Eeuwige sprak tot Mosjé en zei: Heilig voor Mij alle eerstgeborenen: alles wat de baarmoeder opent onder de kinderen van Jisraël, van de mensen en van het vee, dat behoort Mij toe. (Sjemot [Exodus] 13:1-2)

De achtergrond van het heiligen van de eerstgeborenen is de tiende plaag, de sterfte van de eerstgeboren mensen en dieren. Zoals Bechor Sjor (12e eeuw) duidelijk maakt, de eerstgeborenen horen God toe omdat voor hen tijdens de tiende plaag een extra wonder is verricht doordat de huizen van de Kinderen van Israel werden overgeslagen.

Voor Mordechai Leiner is dit aanleiding voor een heel andere opmerking. Daar waar Tora spreekt over het wijden van mensen en dieren, leest hij dit als de opdracht om zowel je denken en voelen, als je daden aan God op te dragen. Denken en voelen zijn voor Leiner specifiek menselijke eigenschappen. Het noemen van de dieren in het vers van Tora duidt voor hem op het aspect van de mens dat wij delen met de dierenwereld, de daden. Voor Leiner is de essentie van de opdracht dat zowel ons denken als ons doen gewijd moet worden aan God. Werkelijke dienst aan God ontstaat pas als denken en daad volledig met elkaar in verbinding staan. Noch het één, noch het ander heeft prioriteit.

In het Jodendom spreken we niet vaak over ons persoonlijke geloof. Wat je op dit moment gelooft, gaat je medemens niet aan, het is iets tussen jezelf en God. Hoe je ook je relatie met God ziet, of je gemotiveerd wordt door een diep, onwankelbaar geloof, of, zoals de meeste mensen, maar wat voortmoddert op dit gebied, dat doet er niet toe. Wat wel belangrijk is, is dat je je daden laat voortkomen en in balans brengt met je idealen. Voor jezelf en voor de hele schepping.

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Talmoed Tora - 1e avond Chanoeka 5779 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Denken en daden ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

januari

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31