Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

28 november 2020 | 12 Kislev 5781

De rabbijn legt uit

De rabbijn legt uit

Jodendom is niet de meest eenvoudige godsdienst. Er zijn allerlei regels waar je je aan moet houden. Er is van alles wat je moet doen en nog meer dat je zou moeten laten. Ik ben tegenwoordig een “joodse professional”. Ik heb ervoor doorgeleerd, maar ook ik kom in situaties waarin ik niet precies weet wat er nu weer van mij verwacht wordt.

Niet alleen zijn er allerlei regels. Je wordt ook geacht een groot deel van je tijd (volgens Maimonides een derde deel van iedere dag) te besteden aan studeren. De lat in het Jodendom ligt hoog.

Dat geldt nog meer in de mystieke vormen van Jodendom. Het ideaal hier is niet alleen dat je van alles doet of laat en dat je, zo veel van je tijd als mogelijk is, bezig houdt met studie, maar ook dat je vierentwintig uur per dag leeft in het bewustzijn van de nabijheid van God. Het begrip in het Jodendom dat hierbij hoort is “devekoet”. Het is zo’n begrip dat moeilijk is uit te leggen. Misschien het makkelijkst is het door te zeggen dat het verwant is met het woord dat in het moderne Iwrit wordt gebruikt voor lijm, “devek”. Devekoet vraagt van iemand om zich bewust te zijn van het hogere, spirituele in de wereld. Maar tegelijkertijd ook van “God in je”. De aanwezigheid van de goddelijke vonk in alles dat je doet.

Kun je alleen voldoen aan je religieuze plicht wanneer je daar dag en nacht mee bezig bent? En als het nou eenmaal zo is dat je leven anders in elkaar zit, dat je geen gelegenheid hebt om altijd maar met Tora bezig te zijn, ben je dan hoe dan ook op achterstand? Het is een vraag die in onze dagen zonder meer actueel is. Er wordt op allerlei manieren een beroep op ons gedaan. Er zijn, buiten Jodendom, zo veel prioriteiten.

Dat geldt voor ons, in onze generatie, maar ook al eerder. In Mee Hasjiloach legt Mordechai Josef Leiner (1e helft 19e eeuw) het dilemma neer bij Ja’akov. Ja’akov is op de vlucht voor zijn broer. Hij heeft geen huis meer en ook geen bezittingen. Het enige dat hij bezit is de stok in zijn hand die hij gebruikt bij het lopen. Een plaats om te slapen is een steen onder zijn hoofd. Hij maakt zich zorgen. Hij is op zoek naar mensen om zich heen en een inkomen. Ja’akov voelt zich volgens Leiner schuldig. Zijn vader, Jitschak, en zijn grootvader, Awraham zijn in de Kabala, het mystieke Jodendom, de grote voorbeelden. Zij leefden altijd in relatie met God. Ja'akov is niet in staat om een leven te leiden waarbij God altijd in zijn gedachten is. Overleven heeft nu voorrang.

Met deze Ja’akov, ons door Leiner voorgesteld als een gewone Jood, op zoek naar levensonderhoud, loopt het goed af. Zijn twaalf zonen worden de stamvaders van het hele Joodse volk. Dat geeft hoop voor ons.

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5780 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Waarom Devekoet ... Lees meer >>

november

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30