Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

04 juni 2020 | 12 Sivan 5780

De rabbijn legt uit

De rabbijn legt uit

Wij zijn aangekomen in het vierde boek van Tora. In het Hebreeuws heet het boek Bemidbar, "in de woestijn". Het is het eerste betekenisvolle woord in de eerste zin van het boek. In de Latijnse vertaling werd de naam van het boek “Numeri”, getallen. Dat is niet zo gek. De eerste hoofdstukken van het boek zijn een opsomming van de aantallen leden van de stammen die samen het Joodse volk in de woestijn vormden. Het beeld dat aan het begin van het boek wordt geschetst is dat van het kamp. In het centrum is de Tent van Samenkomst en de Misjkan, het draagbare Tempeltje van de woestijn. Daaromheen is de stam Levi gelegerd, samen met de Kohaniem, een onderdeel van die stam. Kohaniem en Levieten waren verantwoordelijk voor de dienst in de Misjkan en het vervoer van de delen daarvan, tijdens de trektochten door de woestijn. En daar weer omheen lagen de twaalf stammen, drie aan iedere kant. “zij moeten op enige afstand hun kamp opslaan rondom de tent van ontmoeting” zegt de tekst van Tora in vertaling (Bemidbar 2:2). Die vertaling is juist, maar er is toch wel wat uitleg nodig.

Eigenlijk staat er in het Hebreeuws een woord te veel in de zin. Of nauwkeuriger, er lijkt een woord te veel in te staan want de zin in het Hebreeuws is natuurlijk in orde zoals die is. Het probleem is dat er twee voorzetsels staan “mineged sawiev”, “zij moeten tegenover rondom hun kamp opslaan…”. “Sawiev”, rondom, is duidelijk. Maar wat te doen met “mineged”, tegenover? De verschillende commentaren leggen uit: bedoeld wordt “op een afstandje”. Onze vertaling volgt deze traditionele uitleg maar haalt de zin uit elkaar: “zij moeten op enige afstand hun kamp opslaan rondom…”.

En dan volgen natuurlijk de vragen, waaromheen en waarom? In Tora is het wel duidelijk dat het om het cultische centrum gaat, de Miskan als woonplaats van God. Daar waar je, door middel van de offerdienst, samen met God kunt zijn. In onze latere traditie verschuift dat. Wij hebben geen Tempeldienst meer. In de rabbijnse traditie waar wij onderdeel van uitmaken is één van de manieren om God te ontmoeten, samen leren. De midrasj legt dan ook uit dat de afstand tot aan het centrum niet meer moet zijn dan één mijl. Iedereen kan dan naar de tenten van Mosjee en Aharon komen om daar samen te “lernen”. Mosjee is hier niet de eerste en belangrijkste profeet of het eerste staatshoofd maar “Mosjee rabeenoe”, Mosjee de oer-rabbijn.

De tekst doet mij ook nog aan iets anders denken. Veel Joden van onze generaties hebben een gespannen relatie tot het Joodse volk. Het is niet voor iedereen duidelijk wat het centrum is waaromheen wij moeten staan. De Sjoel? Of Israel? Of zijn Joodse cultuur en seculiere waarden de essentie die wij moeten bewaren? Of juist de traditionele religieuze waarden, uitgedrukt in een leven van mitswot? Of gaat het om het herdenken van de ellendige slachtingen van de afgelopen eeuw? Ik kom veel mensen tegen die zich wel verbinden met hun Joodse wortels maar niet weten wat dat precies is en hoe je dat doet. Wel dichterbij hun Jodendom willen komen, maar dat tegelijk ook beklemmend vinden. Rondom, tegenover, op een afstandje is dan eigenlijk wel het enige dat mogelijk blijft.

Wat het ook is waar wij omheen staan, en hoe ver of dichtbij, het belangrijkste is dat wij, wat voor ons ook het belangrijkste is, in elkaars buurt kunnen blijven en samen kunnen blijven optrekken. Naar een ideaal dat ieder van ons aan de einder lijkt te zien.

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5780 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Afstand ... Lees meer >>

juni

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30