Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

28 oktober 2021 | 22 Heshvan 5782

De rabbijn legt uit

De rabbijn legt uit

We beginnen deze week met een nieuw boek van Tora, Wajikra, het middelste. Het grootste deel van het boek gaat over het offerritueel en veel van de teksten van dit boek zijn voor ons moeilijk toegankelijk. Voor mij geldt in ieder geval dat  mijn kennis over de ingewanden van klein- en grootvee tekortschiet om werkelijk te begrijpen wat met de details van de tekst bedoeld wordt. En los daarvan, we hebben natuurlijk niet zo veel meer met dierenoffers. Dat geldt eigenlijk ook voor de meeste oudere commentatoren.

Er zijn allerlei verschillende offers. Opmerkelijk is dat het boek opent met vrijwillige offers. Offers voor zomaar, als je daar zin in hebt. Offers hebben niet altijd een verplicht karakter. Anders dan in de wereld om ons heen, worden offers ook niet per sé geassocieerd met zelfopoffering of lijden. Net zomin als gebed bijvoorbeeld. Meedoen aan een sjoeldienst is een moderne vorm van offer maar kan ook gewoon leuk zijn.

Hoofdstuk 4 van het boek gaat echter wel over verplichte offers. Namelijk offers die je zou moeten brengen als je per ongeluk een overtreding hebt begaan. Dat is een situatie die wij natuurlijk allemaal kennen. Wij zijn feilbare mensen. Veel van wat we doen, gaat nou eenmaal fout. Het hoofdstuk gebruikt het woord “nefesj” voor “mens”. Dat komt in Tora wel vaker voor maar is ook weer niet zo heel gebruikelijk. We vertalen het woord vaak met ziel. Misschien drukt het hier de kwetsbaarheid uit van de mens die een fout maakt.

Rabbijn Bachia ben Asjer (c.1290 - c.1310) was lid van een beroemd geslacht van rabbijnen dat Asjkenazische en Sefardische tradities combineerde. Ook hij gaat niet in op de letterlijke betekenis van de tekst en de details van de offers maar op de vraag waarom hier over “nefesj” wordt gesproken. Voor hem is er een onderscheid tussen “nefesj” en “hanefesj”, het zelfde woord maar dan met een bepaald lidwoord: “de ziel”. Met het laatste wordt, volgens Bachia, de ziel zelf bedoeld. “Nefesj” is voor hem niet onbepaald maar de eenheid van lichaam en geest. We doen goede dingen en ook overtredingen niet op de eerste plaats met de ziel maar met ons hele zijn. Ziel/geest en lichaam samen. Dat is een belangrijk uitgangspunt van het Jodendom. Ons (lichamelijke) “zijn” heeft in zijn geheel betekenis. De naam van God is een vorm van het werkwoord “zijn”. Dat geldt dan, in Zijn evenbeeld ook voor ons.

Terwijl ik dit aan het voorbereiden was, moest ik denken aan de verschillende keren dat iemand mij in de afgelopen tijd vertelde over Covid-besmetting. Meestal weten mensen niet waar die precies vandaan kwam. Maar het komt ook voor dat mensen, in een gezin bijvoorbeeld, elkaar aansteken. Iemand brengt de ziekte binnen zonder daar erg in te hebben. Een ander wordt ernstig ziek. Is daar sprake van schuld? Ik denk het niet. Zijn er al-dan-niet uitgesproken schuldgevoelens? Vaak wel. Het zou dan goed zijn om daar iets mee te doen zodat je er niet in blijft steken. Zou hier een ritueel op zijn plaats zijn? Wat te denken van een offer. Bijvoorbeeld een geldbedrag overmaken aan een goed doel.

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5780 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Offer... Lees meer >>

oktober

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31