Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

21 juni 2021 | 11 Tammuz 5781

Nitsawim-Wajèlèch

Nitsawim-Wajèlèch

Wij lezen deze Sjabbat de gecombineerde sidrot Nitsawim en Wajèlèch, bijna aan het eind van de Tora.
Je hoort vaak over de 613 mitswot die er in Tora staan. Dat getal gaat terug op een midrasj waarin wordt gezegd dat er 365 negatieve mitswot zijn (verboden) en 258 positieve. 365, zoals de dagen in het jaar, 248 zoals (volgens de Griekse, traditionele anatomie) de pezen in het lichaam. De midrasj wil ons zeggen dat de Tora er is voor heel ons leven, voor altijd, wat je ook doet. Noch in de Tora, noch in de talmoed of de midrasj-literatuur wordt uitgelegd wat die 613 mitswot dan precies zijn, waarschijnlijk is het niet letterlijk bedoeld. In de tweede helft van de middeleeuwen wordt het echter wel zo opgevat en worden verschillende lijsten met mitswot gemaakt. De lijst die tegenwoordig het bekendst is, is die van Maimonides.
In de sidra Wajèlèch vinden we de laatste van de mitswot van die lijst. In Dewarim [Deuteronomnium] 31:19 staat: “Welnu, schrijven jullie dit gedicht voor jezelf op en leer het de kinderen van Jisraël, leg het ze in de mond, opdat dit gedicht getuige zal zijn tegenover de kinderen van Jisraël”. Als je deze zin leest in de context van Tora, is de meest voor de hand liggende interpretatie dat het gaat over het gedicht dat in de volgende sidra staat, Ha-azinoe (Neig het oor hemel, Dewarim 32). In de traditionele halachische literatuur wordt de zin echter opgevat als een gebod voor iedere individuele Jood om voor zichzelf een handgeschreven kopie te maken van de tekst van de Tora. Of, als je dat niet kunt, een sofér (een schrijver) opdracht te geven er één voor je te schrijven.
Het is natuurlijk tegenwoordig niet gebruikelijk om de Tora voor jezelf over te schrijven. Vermoedelijk is er altijd maar een klein groepje Joden geweest dat zich deze mitswa kon permitteren. Het is meer een ideaal dan realiteit. Wij leven in een tijd dat het in ieder geval voor vrijwel iedereen doenlijk is om zich een gedrukt exemplaar aan te schaffen. En voor wie dat niet wil, is de Tora op allerlei manieren beschikbaar via internet. Jodendom en Joodse kennis staan misschien onder druk, maar nooit eerder in de geschiedenis kenden zoveel mensen Hebreeuws als nu en nooit eerder is de Tora zo verspreid geweest.
Maar als we dit gebod een eigentijdse inhoud willen geven, dan wil ik jullie op de eerste plaats wijzen op het Sefer Tora-fonds van onze gemeente. Wie geen eigen Tora-rol wil of kan hebben, kan in ieder geval deelgenoot worden van ons gemeenschappelijk bezit.

Maar het belangrijkste is toch wel dit. Jodendom is geen geheime leer. Joodse kennis is niet voorbehouden aan een kleine groep die zich bezig houdt met de interpretatie van esoterische literatuur. Vanaf het eerste begin van het Jodendom, vanaf het moment dat de Tora er was, waren de bronnen van het Jodendom er voor iedereen om er kennis van te nemen. Het is een gebod voor iedere Jood, naar ieders vermogen, je te verbinden met de Tora en er over te leren. Zodat de woorden van de Tora “in je mond zijn en in je hart, om ze uit te voeren” (Dewarim 30:14). Dat is misschien wel de meest radicale vernieuwing die het Jodendom de mensheid heeft gegeven. Laten we daar trots op zijn, en er naar leven. 

De foto bij dit commentaar is weer van Marijn Albers. Zie haar site voor uitleg.

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5780 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Offer... Lees meer >>

juni

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30