Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

20 augustus 2019 | 19 Av 5779

Re'e

Re'e

Dewarim [Deuteronomium] is één van de boeken met het minste “verhaal”. Hoewel Mosjé een resumé geeft van wat er gebeurd is, is het betoog toch vooral gericht op de toekomst, op het leven in het land Erets Jisra’el, het land dat binnenkort zal worden binnengetrokken. De toon van Mosjé is misschien wel te vergelijken met die van een ouder waarvan de kinderen het huis uitgaan om te studeren. “Je weet dat je binnenkort deze drempel over gaat en op een kamer ergens anders gaat wonen waar ik geen oogje meer in het zeil kan houden. Ik weet dat je droomt van de vrijheid die je dan zult hebben, maar pas op, maak het niet te bont”. Terwijl de ouder, diep in zijn/haar hart zich ook wel herinnert hoe dat dan was, dertig jaar terug, en weet dat zij/hij gewoon het nakijken heeft. In de waarschuwende toon van Mosjé hoor je de berusting doorklinken. Trouwens, met de meeste kinderen komt het wel goed, misschien niet op de manier die wij als ouders dromen, maar op hun eigen manier.

Dewarim roept ons keer op keer op te luisteren naar hetgeen de Eeuwige ons heeft opgedragen en de woorden die Mosjé spreekt ter harte te nemen. Voor ons de verplichting om werkelijk te luisteren en de inhoud van de woorden in te passen in ons eigen leven.

In de sidra staat: “Maar naar de plaats die de Eeuwige, uw God, uit al uw stammen zal uitkiezen om Zijn Naam daar te vestigen, naar Zijn woning moet u vragen en daarheen komen. Daarheen moet u uw brandoffers brengen, uw slachtoffers, uw tienden, de hefoffers van uw hand, uw gelofteoffers, uw vrijwillige gaven en de eerstgeborenen van uw runderen en van uw kleinvee. (Dewarim 12:5)”.

Deze tekst gaat over de Tempel die uiteindelijk, in de dagen van koning Sjlomo (Salomo) gebouwd zou worden in Jeruzalem, de stad die geen deel uitmaakt van het erfdeel van de stammen, de plaats die God voor zichzelf heeft gekozen. Wanneer deze Tempel is gebouwd, is dat de plaats waar alle vrijwillige offers gebracht zullen worden. Zoveel is duidelijk.

Het vreemde woord in deze zin is “tidresjoe”, “moet u vragen”. Wat zou je dan moeten vragen?. De gebruikelijke uitleg is dat je de gebeden moet zeggen, gericht op de Tempel, dan wel fysiek, staande in die richting, dan wel met je intentie gericht op die plaats. Vragen aan God.

Mordechai Yosef Leiner (Mé Hasjiloach) heb ik wel vaker geciteerd. Ik gebruik vaak zijn commentaar omdat ik heb gemerkt dat hij, hoewel hij bijna tweehonderd jaar geleden leefde in een Joodse wereld die heel anders is dan die van ons, een manier van denken heeft die de tekst een nieuwe inhoud geeft. Ook in dit geval vond ik iets bij hem dat mij hielp om de woorden van de sidra in te passen in mijn leven.

Leiner voegt een andere betekenis toe. “De plaats die de Eeuwige zal uitkiezen” is de Eeuwige zelf. Wij richten onze gebeden en onze wensen tot Hem/Haar. Maar voor wij dat doen, moeten wij onszelf vragen of datgene wat wij willen ook werkelijk het goede is, overeenkomt met de wil van de Eeuwige. En zegt Leiner, het teken daarvan is dat het hart er vol van is.

Wij zijn bijna in de maand voor de hoge feestdagen. Het is een goed moment om onszelf de vraag te stellen of wij of het juiste najagen.

Nieuws

De Rabbijn legt uit: E-mails ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5779 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31