Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

10 december 2018 | 2 Tevet 5779

Rosj Hasjana

Rosj Hasjana

Dit zijn de eerste zinnen van de Tien Woorden (de Tien Geboden) zoals, volgens Tora, Mosjé die van God kreeg op de berg Sinaï, door God zelf geschreven op de Stenen Tafelen:

Ik ben de Eeuwige, uw God, die u uit het land Egypte, uit het slavenhuis, geleid heeft. U zult geen andere goden voor Mijn aangezicht hebben. (Sjemot [Exodus] 20:2-3).

Wat doe je in de tijd dat je wacht tot Mosjé naar beneden komt? Je hebt toch niets anders te doen dus breekt je direct maar de twee eerste geboden.

Het verhaal van het gouden kalf en de tweede stenen tafelen is maar kort, een paar bladzijden in Tenach (de Hebreeuwse Bijbel, Sjemot 32-34). Het is echter het verhaal in Tenach bij uitstek over de aard van de mens, de chaos in de wereld en de betekenis van vergeving. Het verhaal vertelt dat het volk, nog terwijl Mosjé op de berg Sinaï is om de Tien Woorden in ontvangst te nemen, besluit ze te breken. Het laat Aharon een gouden kalf maken, een afgodsbeeld dat een zichtbare vertegenwoordiger moet zijn van de goden die het volk uit Egypte hebben geleid. “Dit zijn uw goden, Israël, die u uit het land Egypte geleid hebben.” (Sjemot 32:4)

Nadat Mosjé afgedaald is van de berg Sinaï, het Joodse volk bezig ziet met het gouden kalf en de stenen tafelen stuk heeft gegooid, krijgt hij opdracht van de Eeuwige om nieuwe stenen tafelen te maken en daarmee de berg op te gaan zodat de Eeuwige die kan beschrijven met de Tien Woorden (de Tien Geboden). Maar Mosjé heeft een probleem. Iets in het vertrouwen is weg en hij wil Gods aangezicht zien. De Eeuwige vertelt hem dat dat niet kan, het enige dat Mosjé kan zien is de achterkant van God. Dat gebeurt, maar wij, de lezers van het verhaal, krijgen geen beschrijving van wat hij ziet. Het enige dat wij te horen krijgen is een zin die in de Joodse traditie de “Sjelosj Esree Midot”, de “dertien attributen” wordt genoemd.

Eeuwige, Eeuwige, God van mededogen en gratie, verdraagzaam en vol van goedheid en waarheid, die duizenden zijn goedheid gunt, schuld en misdaad en falen wegneemt en kwijtscheldt maar die de schuldige zeker niet voor onschuldig houdt en de ongerechtigheid van de vaders vergeldt aan de kinderen en kleinkinderen, tot in het derde en vierde geslacht. (Sjemot 34:5-7)

Het eerste deel van deze tekst speelt een belangrijke rol in de liturgie van de Hoge Feestdagen. Bij een Selichot-dienst en bij de diensten op Jom Kippoer zal je deze woorden als een soort refrein, steeds opnieuw horen. Het laatste deel zeggen we niet in de liturgie. Wanneer wij de “Sjelosj Esree Midot” zeggen, drukken wij uit dat wij, als individuen, er zonder hulp niet komen. Het is niet genoeg om om vergeving te vragen, we moeten het ook van een ander krijgen. We hebben elkaars en Gods vergeving nodig. We willen God herinneren aan Zijn vergevingsgezindheid, niet aan Zijn straffen.

Het verhaal over het gouden kalf vertelt ons dat er twee verschillen zijn tussen de relatie van mens en God vóór en na het gouden kalf. In de nieuwe situatie wordt meer inzet van de mens zelf gevraagd. Over de eerste Stenen Tafelen wordt ons verteld dat God deze zelf gemaakt en beschreven heeft. De tweede, nieuwe Tafelen, moeten door Mosjé gemaakt worden, God zal ze alleen beschrijven. Maar ook wordt de afstand tussen God en mens groter. God zegt tegen Mosjé dat van nu af aan niet de Eeuwige zelf voor het volk uit zal gaan, maar een engel.

In het Jodendom benadrukken wij dat mensen in diepste wezen geen zondaars zijn, we kennen niet zoiets als een erfzonde. Mensen zijn wel geneigd om opdrachten naast zich neer te leggen, we zijn een tikje opstandig. Onze opstandigheid leidt tot chaos, verwijdering tussen mensen onderling en tussen mens en God. Wij hebben de actieve vergevingsgezindheid van andere mensen en van God nodig om dat weer een beetje goed te krijgen. Wanneer je vergeving vraagt, kan je het krijgen. Wanneer het gevraagd wordt, moet je het bieden. Maar verwacht niet dat de wereld weer terugkeert in de toestand zoals deze was. Wanneer je, bewust of onbewust, fouten maakt, word je vanzelf medeverantwoordelijk voor de ontstane situatie. Je zult zelf de nieuwe Stenen Tafelen moeten maken en hopen dat de ander, degene die je gekwetst hebt, die wil beschrijven. Het bewustzijn dat het mis kan gaan, blijft. Daden worden niet ongedaan gemaakt. Een volwassen bestaan is leven met het bewustzijn van de onvolmaaktheid van onze wereld en de inzet die dat van ons vraagt.

 

Sjana Tova oe-Metoeka,

 

Albert Ringer en Aviva Nijburg

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Talmoed Tora - 1e avond Chanoeka 5779 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Simchat Tora 5779 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Toekomst ... Lees meer >>

december

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31