Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

01 oktober 2022 | 6 Tishri 5783

Sjelach Lecha

Sjelach Lecha

“Sak” in het Hebreeuws betekent “jute”. Dat is het materiaal waar je jute zakken van maakt, “sack cloth” in het Engels. Ons woord “Wijn” is verwant aan de termen voor het product die in het Middelandsezeegebied in gebruik waren. Jajin, Ojnos en  Wijn zijn eigenlijk hetzelfde woord. “Jute” en “wijn” zijn woorden die al sinds de oudheid horen bij internationale handel en met de producten mee zijn gereisd, van plaats naar plaats.

Maar soms is de overeenkomst tussen woorden toevallig. Rondreizen in het Hebreeuws is “toer”. Het modern-Hebreeuwse woord voor “toerist” (tajar) komt van dezelfde stam. Het land rondreizen, de opdracht aan de twaalf verspieders aan het begin van deze sidra is “latoer et ha-arets” (Bemidbar [Numeri] 13:16). Zoals jullie weten, loopt dat niet goed af. De verspieders worden in het tweede jaar na de uittocht uitgestuurd. Ze reizen het land door en komen terug met voorbeelden van de opmerkelijke vruchtbaarheid van de grond. Gigantische druiventrossen bijvoorbeeld. Zo groot dat je twee mannen nodig hebt om er één te dragen. Maar ook met het bericht dat de mensen daar net zo gigantisch zijn en dat het daarom onmogelijk is het land binnen te trekken. Niet aan beginnen. Rechtsomkeert. Slavernij was beter. “In onze ogen waren wij als sprinkhanen, en zo moeten zij ons ook hebben gezien”. (Bemidbar 14:33) Het land binnentrekken lukt dan ook niet. God wordt boos en het volk moet achtendertig jaar langer door de woestijn trekken totdat de generatie van de uittocht is gestorven.

Aan het eind van de sidra van deze week komt de stam “toer” weer terug. Nu in een tekst die jullie (natuurlijk allemaal regelmatige sjoelgangers) kennen als het derde deel van het Sjema (In de sidoer onder meer op blz. 214, Bemidbar 15:39). In die tekst wordt ons opgedragen om tsitsit (kwastjes, franje) te maken aan de hoeken van je kleding, zodat je, wanneer je ernaar kijkt, je de opdrachten van God herinnert. Zodat je niet “je hart of je ogen achternagaat”: “lo tatoeroe acharee lewawchem we-acharee eeneechem”. “tatoeroe”: achter je hart rondreizen.

Tora is een boek met een heel sterke interne samenhang. Woorden, zinsdelen, komen keer op keer terug als een soort intern rijm. Een heel groot deel van onze Joodse interpretatietraditie gaat terug op deze observatie. Woorden verbinden teksten met elkaar.

Gewoonlijk lezen we de tekst in het Sjema als een oproep om volgzaam alle geboden van de Tora uit te voeren en niet achter alle vleselijke genoegens van de materiële wereld aan te gaan. Daar valt wat op af te dingen. Om te beginnen, in Tenach is het hart niet de woonplaats van de emotie, maar juist van de gedachte. “Achter je hart en ogen aangaan” is dus niet, zonder nadenken, achter je gevoelens aanlopen. Het is eerder je niet laten meeslepen door je gedachten.

Misschien was, wat er mis was met de verspieders, wel dat ze al van tevoren meenden dat het niets zou worden. Als je met een project begint met de gedachte dat het niet zal lukken, is de kans groot dat je zult bewijzen dat dit inderdaad zo is.

De tsitsit aan de hoeken van onze talit zijn er dan niet om ons slaafse volgers van de Wet te maken, maar om ons te leren dat vertrouwen belangrijk is. In een goede uitkomst.

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: installatie Rabbijn Peter Luijendijk op 19 juni 2022 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Offer... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: op Sjabbat 21 mei 2022 nam Albert afscheid als rabbijn van onze LJG Lees meer >>

oktober

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31