Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

21 juni 2021 | 11 Tammuz 5781

Sjo'a

Sjo'a

Het is het seizoen van de herdenkingen, altijd een moeilijke tijd van het jaar. Voor mijn ouders, beiden overlevenden, was er geen dag zonder herinneringen, zowel aan de velen die uit hun leven verdwenen waren als aan de verschrikkingen die zij zelf hadden meegemaakt. Voor hen was iedere dag een dag van herdenken. Als er, in plaats van 4 mei, een dag in het jaar zou zijn geweest waarop zij zouden kunnen vergeten, hadden zij die dag vast belangrijk gevonden. Voor mij en voor velen van mijn generatie is de oorlog iets meer op afstand gekomen. Ik weet dat voor ons allemaal geldt dat wij, ieder op onze eigen manier, proberen om te gaan met de catastrofe die het Nederlandse Jodendom heeft getroffen en die voor ieder van ons, eigen, persoonlijke betekenis heeft.

Bij veel van de bijeenkomsten waarbij ik aanwezig ben wordt geprobeerd een brug te slaan naar het heden. De Sjo’a wordt ons dan als voorbeeld gesteld van hetgeen mensen elkaar kunnen aandoen en ons wordt voorgehouden dat we er voor moeten zorgen dat iets soortgelijks in de toekomst niet weer plaatsvindt. Dat gebeurdt vanuit de beste bedoelingen. Het is deel van onze menselijke wil om de gebeurtenissen uit het verleden in te passen in onze eigen geschiedenis en zo een “zin”, een betekenis te geven. Er is natuurlijk ook niets op tegen om anderen er op te wijzen dat ideeën en daden niet zonder consequenties zijn en dat het belangrijk is onszelf te zien als dragers van de toekomst die wij zelf willen maken.

Persoonlijk heb ik het echter altijd wat moeilijk met deze bruggetjes. Mijn grootouders, tantes, ooms, neven en nichten hebben niet de keuze gekregen of zij als voorbeeld voor de mensheid wilden sterven. Soms treft mij wel eens het gevoel dat de poging om een brug te slaan naar het heden ook bedoeld is om de Sjo’a begrijpelijk te maken, en dat deze daardoor een menselijke schaal krijgt, onze eigen maat. Het wordt dan een soort knuffelbare Sjo’a.

Wat de moord op het Europese Jodendom voor mij juist karakteriseert is de volledige zinloosheid ervan. Er is geen enkel doel mee gediend. Het is precies die zinloosheid die ik altijd centraal wil laten staan. De Sjo’a is zo groot dat deze nergens in past.

Het nieuwe monument dat deze week in Rotterdam is onthuld, naast het muurtje dat over is van Loods 24 is daarom zo belangrijk omdat juist de moord op ruim 600 kinderen, naar mijn idee, zichtbaar maakt hoe zinloos en betekenisloos de moord op het Europese Jodendom was. Het nieuwe monument bestaat uit roestvrijstalen platen met daarop de namen van de kinderen van 0 tot en met 12 jaar die werden teruggevonden in de bevolkingsregistratie van de stad Rotterdam. De namen zijn niet volledig, er zijn meer Rotterdamse Joodse kinderen vermoord en er zijn kinderen van elders, via Loods 24 gedeporteerd. Dit strakke monument, zonder versieringen en zonder verwijzing naar wat anders dan ook, drukt voor mij de betekenisloosheid van de gruweldaad uit.

Ons rest niet anders dan, met ons leven, de catastrofale scheur in het verleden te herdenken. Tegenover de zinloosheid van de moord op zes miljoen Joden, kunnen wij alleen maar onze eigen zoektocht naar de zin van ons eigen bestaan zetten. Voor mij is daar de sjoel voor.

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5780 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Offer... Lees meer >>

juni

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30