Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

11 december 2019 | 13 Kislev 5780

Tetsawé

Tetsawé

De laatste Sjabbat voor Poerim heeft een speciale naam en een speciaal thema. Op “Sjabbat Zachor” wordt traditioneel na de gewone sidra een ander stukje uit een extra Tora-rol gelezen. Dit stuk gaat over Amalek:

“Herinner je wat Amalek deed toen je uit Egypte kwam. Hij ontmoette je onderweg en overviel de achterhoede, alle zwakken achter je, terwijl je moe en uitgeput was…. je moet de herinnering aan Amalek van onder de hemel uitwissen. Vergeet het niet!”.

Volgens de traditie was Haman, de boosdoener uit het Esther-verhaal, een Amalekiet. Amalekieten staan in Tenach (de Hebreeuwse Bijbel) in een traditie van geweld tegen de zwakken in de samenleving. Tora geeft ons een opdracht die moeilijk is uit te voeren. Niet vergeten iets te vergeten is niet doenlijk. Het is niet voor niets dat deze speciale Sjabbat “Zachor”, “herinneren”, heet en niet “vergeten”, want tot het moment dat het geweld tegen de zwakken uit de wereld is, kunnen we het onrecht van Amalek niet vergeten.

De sidra van deze week bestaat voor een groot deel uit een gedetailleerde beschrijving van de kleding van de hogepriester en ook daarbij speelt “herinneren” en rol. Op twee van de kledingstukken zijn stenen (edelstenen en halfedelstenen) vastgemaakt waarin de namen van de twaalf stammen zijn gegraveerd. Op de twee schouderstukken en op het borstschild staan deze namen.

“Dan moet u de twee stenen op de schouderstukken van de efod (de mantel van de hogepriester) bevestigen, het zijn herinneringsstenen voor de kinderen van Israël. Aharon moet hun namen ter herinnering voor het aangezicht van de Eeuwige op zijn beide schouders dragen.”(Sjemot [Exodus] 28:12)

Maar wie moet zich nu wat herinneren? Moet God zich de kinderen van Israël herinneren? Was Hij ze dan vergeten? Rasji lost het op door te zeggen dat de namen op de stenen staan opdat God zich de rechtvaardige daden van het volk herinnert. Verschillende andere commentatoren vullen dit aan. De hogepriester draagt de stenen met de namen opdat God onze goede daden voor zich heeft en ons onze slechte vergeeft.

Andere commentatoren, waaronder Rabbijn Ja’akov Zvi (1785-1865), verzetten zich tegen deze gedachte. De Eeuwige vergeet toch niet, ook geen goede daden. Het gaat er om dat niet God, maar Aharon zich heel Israël herinnert als hij de dienst voor God doet. Hij moet de juiste kawana (intentie) hebben bij het uitspreken van de gebeden.

Rationeel gesproken zal Ja’akov Zvi wel gelijk hebben. Wij zeggen van God dat Hij alwetend is, een vergeetachtige God past niet in ons moderne godsbeleven. Maar misschien is het wel onze behoefte om ons lot bij de Eeuwige onder de aandacht te brengen. Herinneringen drukken soms zwaar op de schouders. Misschien kan God wel helpen dragen. 

Nieuws

De Rabbijn legt uit: Vechten met God/jezelf... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>

december

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31