Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

27 november 2022 | 3 Kislev 5783

Troema

Troema

De sidra Teroema begint met de oproep om giften te brengen voor de bouw van de Misjkan, de Tabernakel, het draagbare Tempeltje van de woestijn. De rest van de sidra bestaat uit een beschrijving van die Misjkan en alle spullen die daarvoor gemaakt moeten worden.

Eén van de voorwerpen die beschreven wordt, is de Aron, de kist waarin de Stenen Tafelen bewaard zullen worden. Op die Aron (Ark in het Nederlands) moet een gouden plaat komen te liggen die in het Hebreeuws “Kaporet” heet. Dat woord heeft dezelfde stam als Kippoer, vandaar dat veel vertalingen spreken van “Verzoendeksel”.

De plaat, op haar beurt, is weer het voetstuk van twee engelen-figuren, “Keroevim”. Die heten in veel vertalingen “Cherubs”. Met die vertaling mis je het verband met andere woorden die te maken hebben met de Tempeldienst. De stam van “Keroevim” is KRV, nabij. Net zoals in Korban, offer.

Van de Keroevim wordt gezegd dat ze het gezicht gericht hebben op de Kaporet, het deksel van de Aron, maar ook dat ze naar elkaar toegewend zijn (Sjemot [Exodus] 25:20). Zo zie je ze gewoonlijk afgebeeld.

Nu is er nog een beschrijving van de Keroevim, maar dan die van de Tempel van Sjlomo [Salomo]. En daar, in 2 Divree Hajamim [Kronieken] 3:13 staat dat de Keroevim die Sjlomo liet maken met hun gezicht naar de wand stonden.

Voor iemand erover begint stel ik zelf maar de vraag “Mag je dan zomaar een afbeelding maken? In de Tien Woorden staat toch dat dat helemaal verboden is?”. Dat klopt. Maar de Misjkan en de Tempel waren paradoxale plaatsen waar andere regels golden. Je mocht er op Sjabbat bijvoorbeeld slachten en vuur maken, elders mag dat niet. De Tempel was een andere wereld, ergens tussen hemel en aarde. Een afbeelding van engelen maken mocht blijkbaar ook, in opdracht van God dan.

En welke kant keken die Keroevim nou op? Het simpelste is te zeggen dat het stel van Sjelomo gewoon de andere kant op keek dan de oorspronkelijke versie. Maar het kan natuurlijk ook anders,

De Misjkan was van doek, van planken en van aarde. Er zijn echter goede argumenten om aan te nemen dat de Misjkan een beschrijving is van een ideale Tempel, iets dat je kunt meenemen. De Tempel van Sjelomo van steen en balken heeft alleen maar tijdelijke waarde, zolang je op dezelfde plaats bent.

Wanneer de Talmoed (Baba Batra 99a) de vraag stelt hoe het nou zit met die gezichten, lijkt de tegenstelling tussen de Misjkan en Tempel mee te spelen. Het is een wonderlijk antwoord. Als het Joodse volk doet wat God wil, dan kijken de Keroevim naar elkaar. Anders naar buiten. Het doet mij een beetje denken aan zo’n ouderwets weerhuisje. Alsof het stel beelden reageert op wat er buiten gebeurt. Blijkbaar is dat in de tijd van Sjelomo al niet meer helemaal goed.

De Zohar (2:176a) gaat hier nog verder.

Wee de wereld als de ene Keroev zijn gezicht afkeert van de ander, want zie wat er geschreven staat ‘hun gezichten zijn naar elkaar gekeerd’, als er vrede is in de wereld!

Wij hebben de Keroevim niet meer en ook het Verzoendeksel is weg. Maar wel hebben wij behoefte aan vrede. Laten wij daarom onze eigen gezichten naar elkaar draaien, wie weet helpt het. Vrede kan immers alleen ontstaan wanneer wij de ander echt willen zien en elkaar nabij zijn.

 

De sidra Teroema begint met de oproep om giften te brengen voor de bouw van de Misjkan, de Tabernakel, het draagbare Tempeltje van de woestijn. De rest van de sidra bestaat uit een beschrijving van die Misjkan en alle spullen die daarvoor gemaakt moeten worden.

Eén van de voorwerpen die beschreven wordt, is de Aron, de kist waarin de Stenen Tafelen bewaard zullen worden. Op die Aron (Ark in het Nederlands) moet een gouden plaat komen te liggen die in het Hebreeuws “Kaporet” heet. Dat woord heeft dezelfde stam als Kippoer, vandaar dat veel vertalingen spreken van “Verzoendeksel”.

De plaat, op haar beurt, is weer het voetstuk van twee engelen-figuren, “Keroevim”. Die heten in veel vertalingen “Cherubs”. Met die vertaling mis je het verband met andere woorden die te maken hebben met de Tempeldienst. De stam van “Keroevim” is KRV, nabij. Net zoals in Korban, offer.

Van de Keroevim wordt gezegd dat ze het gezicht gericht hebben op de Kaporet, het deksel van de Aron, maar ook dat ze naar elkaar toegewend zijn (Sjemot [Exodus] 25:20). Zo zie je ze gewoonlijk afgebeeld.

Nu is er nog een beschrijving van de Keroevim, maar dan die van de Tempel van Sjlomo [Salomo]. En daar, in 2 Divree Hajamim [Kronieken] 3:13 staat dat de Keroevim die Sjlomo liet maken met hun gezicht naar de wand stonden.

Voor iemand erover begint stel ik zelf maar de vraag “Mag je dan zomaar een afbeelding maken? In de Tien Woorden staat toch dat dat helemaal verboden is?”. Dat klopt. Maar de Misjkan en de Tempel waren paradoxale plaatsen waar andere regels golden. Je mocht er op Sjabbat bijvoorbeeld slachten en vuur maken, elders mag dat niet. De Tempel was een andere wereld, ergens tussen hemel en aarde. Een afbeelding van engelen maken mocht blijkbaar ook, in opdracht van God dan.

En welke kant keken die Keroevim nou op? Het simpelste is te zeggen dat het stel van Sjelomo gewoon de andere kant op keek dan de oorspronkelijke versie. Maar het kan natuurlijk ook anders,

De Misjkan was van doek, van planken en van aarde. Er zijn echter goede argumenten om aan te nemen dat de Misjkan een beschrijving is van een ideale Tempel, iets dat je kunt meenemen. De Tempel van Sjelomo van steen en balken heeft alleen maar tijdelijke waarde, zolang je op dezelfde plaats bent.

Wanneer de Talmoed (Baba Batra 99a) de vraag stelt hoe het nou zit met die gezichten, lijkt de tegenstelling tussen de Misjkan en Tempel mee te spelen. Het is een wonderlijk antwoord. Als het Joodse volk doet wat God wil, dan kijken de Keroevim naar elkaar. Anders naar buiten. Het doet mij een beetje denken aan zo’n ouderwets weerhuisje. Alsof het stel beelden reageert op wat er buiten gebeurt. Blijkbaar is dat in de tijd van Sjelomo al niet meer helemaal goed.

De Zohar (2:176a) gaat hier nog verder.

Wee de wereld als de ene Keroev zijn gezicht afkeert van de ander, want zie wat er geschreven staat ‘hun gezichten zijn naar elkaar gekeerd’, als er vrede is in de wereld!

Wij hebben de Keroevim niet meer en ook het Verzoendeksel is weg. Maar wel hebben wij behoefte aan vrede. Laten wij daarom onze eigen gezichten naar elkaar draaien, wie weet helpt het. Vrede kan immers alleen ontstaan wanneer wij de ander echt willen zien en elkaar nabij zijn.

 

 

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: installatie Rabbijn Peter Luijendijk op 19 juni 2022 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Offer... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: op Sjabbat 21 mei 2022 nam Albert afscheid als rabbijn van onze LJG Lees meer >>

september

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30