Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

21 juni 2021 | 11 Tammuz 5781

Wa'era

Wa'era

In de Talmoed (Berachot 38a) wordt een discussie beschreven tussen “de rabbijnen” (de anonieme meerderheid) en rabbi Nechemja. De eersten zeggen dat de juiste beracha (zegenspreuk) over brood moet eindigen met “ha-motsie lechem min ha-arets”. Rabbi Nechemja zegt dat de vorm moet zijn: “motsie lechem min ha-arets”, zonder "ha-". Iedereen is het over eens (schrijft de Talmoed) dat “motsie lechem min ha-arets” betekent dat God degene is die brood heeft doen voortkomen uit de aarde. De discussie (nogmaals, volgens de Talmoed) was over de vraag of “ha-motsie” ook over het verleden gaat of alleen maar over de toekomst. Het lijkt nou eenmaal ongepast om God degene te noemen die het brood alleen maar in de toekomst zal doen voortkomen uit de aarde.

De bron van dit meningsverschil ligt in de sidra van deze week, de sidra Wa’era. In deze sidra staat “Ik zal jullie als volk voor Mij nemen en Ik zal een God voor jullie zijn, dan zullen jullie tot de erkenning komen dat Ik degene ben, de Eeuwige, jullie God, die jullie uit Egypte wegvoert van de Egyptische dwangarbeid” (Sjemot[Exodus] 6:7). Op de plaats waar ik “degene …die..wegvoert” vertaal, staat in de Hebreeuwse tekst van Tora hetzelfde woord als in de beracha: “ha-motsi”. Op deze plek in de tekst van Tora, wanneer de tien plagen nog moeten gebeuren, vóór de uittocht, gaat het heel duidelijk over iets dat in de toekomst moet gebeuren. De Talmoed lost het probleem op door de tekst in de Tora te herinterpreteren. Volgens de Talmoed zegt God iets als: “In de toekomst, als de uittocht is gebeurd, zal ik dingen hebben gedaan waardoor je weet dat ik de God ben die je heeft voortgebracht uit de slavernij”. Het gaat dan toch over een soort verleden tijd.

Eigenlijk vind ik de discussie van de Talmoed niet zo heel relevant, de reden dat ik deze hier geef is dat ik wel getroffen ben door de relatie van de twee teksten.

Brood is in onze traditie het symbool bij uitstek van de samenwerking tussen God en mens. Brood komt niet voort uit de aarde. Voor brood heb je op de eerste plaats graan nodig en voor het verbouwen daarvan ben je afhankelijk van de natuur waarin wij Gods hand zien. Maar daarna moet er nog van alles gebeuren zoals oogsten, dorsen, wannen, malen, kneden en bakken totdat er een voedzaam eindproduct is. De productie van brood is een doorgaand proces waarin steeds opnieuw de samenwerking tussen mens en God nodig is.

We kunnen op dezelfde manier ook naar bevrijding kijken. De uittocht uit Egypte was niet een eenmalig proces waarbij God in één klap alles ten goede deed keren. Tora vertelt ons juist over alle stappen die moesten worden doorlopen om het volk, vanuit de slavernij, via de Schelfzee, de openbaring bij de berg Sinaï en de tocht door de woestijn zo ver te krijgen dat het klaar was voor de intocht in het land dat aan de voorouders was beloofd. Ook in onze tijd is vrijheid niet iets dat in één keer komt. Het vraagt een ingewikkeld en kwetsbaar proces eer het tot wasdom komt. Net zoals het brood dat wij op tafel willen krijgen, moet vrijheid steeds opnieuw, iedere dag weer, worden voortgebracht in een hechte samenwerking tussen mensen en God.

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5780 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Offer... Lees meer >>

juni

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30