Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

21 juni 2021 | 11 Tammuz 5781

Wajakheel-Pekoedee

Wajakheel-Pekoedee

In Sjemot [Exodus] 36:7 staat een beetje ingewikkelde zin. Toegegeven, begrijpen wat er bedoeld wordt levert niet al te veel moeilijkheden op, maar de meeste vertalingen maken zich er wel makkelijk vanaf. Iets eerder in de tekst (35:4 ev.) heeft Mosjé tegen het volk Israel gezegd dat ze materiaal konden geven voor de bouw van de Misjkan, de Tabernakel. Daarna worden de verschillende deskundigen aangesteld die het werk moeten coördineren en wanneer dat is gebeurd komen deze naar Mosjé toe om hem te vertellen dat het maar beter is als de mensen ophouden met werk te doen en spullen brengen voor de Misjkan. Er was al genoeg. Vers 36:7 sluit dit stukje af. Dasberg vertaalt: “Het materiaal was voldoende om het hele werk uit te voeren, er was zelfs nog over”, maar dat is eigenlijk niet wat er staat. Waar Dasberg “materiaal” vertaalt, staat eigenlijk het hetzelfde woord dat voor werk wordt gebruikt, “malacha”, werk of taak. Je zou dus iets moeten vertalen als “En het werk is voldoende voor hen, voor al het werk om het te doen, en er bleef over”. Een beetje ingewikkelde zin dus.

Ingewikkelde zinnen zijn aanleiding voor gedachteoefeningen. De term die voor "genoeg vor hen" wordt gebruikt is "dajam". Omdat er een relatie is tussen de bouw van de Misjkan en de schepping van de wereld, combineert Levi Jitschak van Berdichev deze tekst met een tekst uit de Talmoed (Chagiga 12a) waarin wordt uitgelegd dat Gods macht (een andere naam voor God is “Sjadaj”) in de schepping tot uiting kwam doordat Hij “genoeg” (daj) zei. Toen God de wereld schiep, bleef deze maar uitdijen als een klos garen de de wever per ongeluk loslaat en die steedsmaar blijft afrollen. Het was God die de wereld, en daarna de wateren, tot de orde riep en grenzen stelde. Grenzen stellen, niet eindeloos laten doorgaan, is waar autoriteit tot uiting komt.

Levi Jitschak gaat verder met deze gedachte. Voor hem betekent de zin die we aan het interpreteren zijn iets anders. Hij leest het als een beslissing van de zojuist aangestelde wijze deskundigen om niet steeds maar door te gaan met het werk aan de Misjkan maar er grenzen aan te stellen. De generatie die aan de berg Sinaï heeft gestaan zou, onder leiding van Mosjé, misschien wel een perfecte Misjkan hebben kunnen maken, maar dan was er niets overgebleven voor andere generaties. De beslissing op te houden met het werk, het genoeg te vinden voor hun generatie en nog werk over te laten voor de generaties daarna, was een beslissing om ook kracht te geven aan degenen die na hen kwamen. Andere generaties konden verdergaan met bouwen aan de materiële Misjkan of aan de virtuele, de doorgaande interpretatie van Tora.

Dat zijn wij dus. Aan ons de taak om aan de Misjkan, de interpretaties van Tora en ook aan de wereld om ons heen verder te bouwen. In de woorden van Pirké Avot (2:16): “Je bent niet verplicht het werk af te maken, maar je hebt niet de vrijheid je eraan te onttrekken”. 

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5780 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Offer... Lees meer >>

juni

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30