Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

21 juni 2019 | 18 Sivan 5779

Wajechi

Wajechi

De sidra van deze week is de laatste van het boek Beresjit [Genesis], het eerste boek van de Tora. Er is een parallel tussen de afsluiting van dit boek en het einde van de Tora als geheel. Aan het eind van het laatste boek, Dewarim [Deuteronomium], vertelt Mosjé, in de vorm van een gedicht, wat er in de toekomst zal gebeuren met de twaalf stammen van het Joodse volk. Daarna sterft hij. In dit boek is het Ja’akov die zijn twaalf zonen bij zich roept en, ook in de vorm van een gedicht, vertelt wat de toekomst zal brengen. Wat hier beschreven wordt als de toekomst weerspiegelt voornamelijk de situatie van de twaalf stammen tussen de tijd van de intocht tot na het koningschap van David (pakweg 1400-1000 voor de gewone jaartelling). Het is een ingewikkeld gedicht met woorden die maar een enkele keer voorkomen in Tenach. Niet van alles is duidelijk wat het betekent. Er komen veel beelden in voor die ontleend zijn aan de natuur zoals: “Juda is als een leeuwenwelp” (Beresjit 49:9).

Ik wil wat aandacht besteden aan de eerste zin van het hoofdstuk. In Beresjit 49:1 staat “Ja’akov ontbood zijn zonen en zei: “Kom bij elkaar. Ik wil jullie vertellen wat jullie in latere dagen zal gebeuren”. Dat is althans de vertaling die Dasberg geeft. Het komt wel overeen met wat de tekst zou willen zeggen. Het Hebreeuws geeft echter ook aanleiding tot een wat andere interpretatie. Je zou ook kunnen vertalen met “Ik wil jullie vertellen wat er in het einde der tijden zal gebeuren”. Deze -mogelijke- vertaling is de aanleiding voor de Talmoed voor deze woorden :

“Rabbi Sjimon ben Lakisj zei: ‘En Ja’akov zei: Kom bij elkaar. Ik wil jullie vertellen wat jullie in het einde der tijden zal gebeuren’. Ja’akov wilde zijn zonen onthullen wat er in de eindtijd zou gebeuren, maar toen verliet de Sjechina hem.”(Pesachim 56a).

Rabbi Sjimon ben Lakisj (Resj Lakisj) impliceert dat Ja’akov de kennis had over de hele toekomst, tot aan het einde van de geschiedenis, het einde der dagen en dat hij deze kennis wilde delen met zijn zonen. De Sjechina maakte het hem echter onmogelijk om dit te doen en het resultaat is het ingewikkelde gedicht over een onduidelijk moment in de tijd.

Kunnen we het einde der tijden voorspellen? En als we dat al zouden kunnen, is dat zinvol? Staat onze traditie ons toe om met dit onderwerp bezig te zijn?

Zoals bekend zijn er in het Jodendom verschillende mensen geweest die van zichzelf zeiden (of waarvan anderen in hun omgeving zeiden) dat zij de Masji’ach zouden zijn en dat zij, met hun aanwezigheid, het einde van de geschiedenis zouden inluiden. Sabtaj Tzvi is misschien wel de bekendste maar er zijn er veel meer. Om er maar een paar te noemen: Van Nachman van Bratslav wordt gezegd dat hij meende de Mesji’ach te zijn. Rav Kook impliceert in zijn dagboeken dat deze gedachte ook bij hemzelf leeft. In onze dagen is er een controverse in de Chabad beweging over de status van de overleden rebbe als mesji’ach. Denken over en rekenen aan het einde der dagen is van alle tijden. Ook in het religieus-Zionisme en in het Evangelisch Christendom speelt het een rol.

Tegelijkertijd is er in het Jodendom een belangrijke stroming, teruggaand op de Talmoed, die zegt dat dit niet zinvol en zelfs verboden is.

Het citaat van daarnet gaat door met de gedachte van Ja’akov die denkt dat de Sjechina hem verliet omdat zijn zonen misschien ongeschikt zouden zijn om deze openbaring te horen. Ze zouden misschien wel afvalligen kunnen voortbrengen en zo de Joodse traditie beëindigen. Zijn zonen, die doorhebben wat hun vader denkt, antwoorden met de woorden van het Sjema: “Luister eens Israël (de andere naam voor Ja’akov), De eeuwige is (ook) onze God, de Eeuwige is één”. Ja’akov, gerustgesteld, antwoordt binnensmonds met “Gezegend is de Naam, Zijn Koninklijke eer tot in eeuwigheid” (Baroech Sjem kevod malchoeto le’olam wa-ed).

Jodendom is voor een belangrijk deel een hier-en-nu godsdienst. Jodendom vertelt je wat goed is en wat niet. De traditie geeft richting aan je leven. Speculatie over wat er voor ons ligt is in die zin niet zo vreselijk belangrijk en misschien zelfs contraproductief. Of men nu wordt gemotiveerd door doemdenken of door het idee dat men onoverwinnelijk is omdat men strijdt met God aan zijn of haar zijde, beide ideeën brengen gevaar met zich mee.

Het heeft geen zin om jezelf te zien aan het einde van de geschiedenis. We leven binnen het Jodendom met de hoop dat onze traditie in leven blijft, dat er een goede toekomst is voor ons en voor de mensheid en dat wij een taak hebben, als individu en als volk, om daar een bijdrage aan te leveren. Meer weten we niet. 

Nieuws

De Rabbijn legt uit: Eldad en Medad profeteren in het kamp ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5779 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

juni

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30