Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

20 augustus 2019 | 19 Av 5779

Wajigasj

Wajigasj

Eigenlijk is Josef wel een onuitstaanbaar ventje. Hij begint zijn carrière als heilig boontje door interessante dromen aan zijn vader en broers te vertellen waarmee hij ze kleineert. Maar ook in de sidra die wij deze week lezen, waarin Josef, de tweede man in Egypte, zich bekendmaakt aan zijn broers, blijft hij iemand die het anderen wel even zal vertellen. Nadat hij aan de broers gevraagd heeft of hun vader nog leeft (dat hadden ze al gezegd), legt hij uit dat ze niet bedroefd of bang hoeven te zijn want niet zij hebben er voor gezorgd dat Josef naar Egypte ging, mij God zelf: ”God heeft mij vóór jullie uit gezonden, om voor jullie een overblijfsel veilig te stellen op aarde, en jullie door een grote uitredding in leven te houden (Beresjit [Genesis] 45:7).” Josef weet zeker wat de betekenis is van hetgeen hem is overkomen. Hij is in Egypte om de familie in leven te houden tijdens de zeven jaren van droogte. Maar is dat wel waar?

In Beresjit 15 wordt verteld over het “verbond tussen de helften” (Brit ben HaBetarim). Tijdens dat verbond krijgt Awraham een visioen (vers 13 en 14 ) waarin hem wordt verteld wat de toekomst zal zijn van zijn nakomelingen. Ze zullen in een vreemd land worden onderdrukt tot ze door Gods hand zullen worden bevrijd. Uit deze verzen en uit de verdere verhalen in Tora weten wij dat de verhalen over Josef niet op zichzelf staan maar onderdeel zijn van een veel meer omvattende geschiedenis. De komst van Josef en de broers is daarvan alleen de opmaat.

Wat doet Josef verkeerd? Op de eerste plaats “ontschuldigd” hij zijn broers, daar waar dat eigenlijk niet terecht is. Ze hadden ook er voor kunnen kiezen hem niet in een put te gooien en te verkopen aan een groep handelaren. Het is allemaal goed afgelopen, maar daar wordt de keuze om het verkeerde te doen achteraf niet goed door. En op de tweede plaats is er natuurlijk Josefs idee dat hij precies weet wat God wil en wat zijn eigen rol daar bij is.

Er lopen in deze dagen veel mensen rond die menen dat ze zeker weten wat God wil. Met een beroep op de zekerheid van Gods instemming maken velen zich schuldig aan de meest vreselijke wandaden. Mensen die anderen verminken of doden en zichzelf, bij voorbaat, ontschuldigen omdat zij menen dat God hen een belangrijke taak in Zijn plan heeft gegeven.

Pas aan het eind van zijn leven heeft Josef geleerd dat zijn rol kleiner is. Wanneer de broers, na de dood van hun vader, werkelijk om vergeving vragen, antwoordt hij: “wees niet bang, want ben ik dan in de plaats van God?”(Beresjit 50:19).

Wat wij ook doen, wij zijn niet in de plaats van God. 

Nieuws

De Rabbijn legt uit: E-mails ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: Poerim 5779 Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

augustus

  • <  
  •   >
z m d w d v z
 
 
 
 
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30
 
31