Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

16 september 2019 | 16 Elul 5779

Wajikra

Wajikra

De sidra van deze week is de eerste van het boek Wajikra, het middelste boek van de Tora. Aan het eind van het vorige boek is de Misjkan, de Tabernakel opgericht. Een groot deel van het huidige boek bevat regels en regeltjes voor offer-rituelen, voor de manier waarop de offers gedaan moesten worden in de Misjkan en later in de Tempel in Jerusalem. Het is een ingewikkelde tekst die, in ieder geval voor mij, moeilijk toegankelijk is. Wij kennen de dagelijkse realiteit die wordt beschreven niet. Het is ook een tekst die we niet goed meer kunnen inpassen in onze beleving van Jodendom. Kunnen we ons werkelijk God nog voorstellen als Degene voor wie een offer dat op het altaar wordt verbrand een “aangename geur” is?

Wat doe je met een tekst die zo weinig verband heeft met onze realiteit? Een mogelijke strategie om er nieuwe betekenis in te vinden is kijken naar hoe een tekst in elkaar zit, hoe deze precies gecomponeerd is. Kijken naar de structuur kan je iets vertellen over de nadruk die de schrijver van de tekst wilde leggen, iets dat uitstijgt boven de zakelijke toon van de tekst. Mij valt iedere keer op dat Wajikra niet begint met de vaste, dagelijkse offers of de offers die gebracht moeten worden in specifieke situaties, maar juist met de offers die vrijwillig gebracht worden. En even opvallend is dat, vrijwel aan het eind van het boek, dit thema opnieuw wordt opgenomen maar dan nog persoonlijker. Daar komen we regels tegen voor iemand die zichzelf aan de Tempel wil schenken. Vanzelfsprekend zijn er geen mensenoffers, je moet jezelf weer vrijkopen, het boek vertelt je in detail hoe dat moet. De twee teksten vormen de “enveloppe” van het boek. Het vrijwillige offer is blijkbaar belangrijker dan het dagelijkse of het verplichte.

De traditionele commentaren komen met een soortgelijke observatie. Je komt vaak opmerkingen tegen over de bijzondere vorm van de eerste zin van het boek. Het is moeilijk dit in een vertaling te vangen maar ik probeer het toch maar. “Een mens (adam), wanneer deze een offer wil brengen van jullie, een offer voor de Eeuwige, dan zal hij dit brengen van het vee, van de runderen of van het kleinvee zullen jullie je offers brengen”. De tekst begint niet bij het offer of het offerdier, maar bij de mens. Het is niet zomaar een offer, het is een offer “van jullie”.

Het woord dat in Tora wordt gebruikt voor “offer” is “korban”. Het is een woord dat verwant is aan het woord dat wordt gebruikt voor “nabij”, “karov”. Voor iemand die Hebreeuws leest, ligt het dus voor de hand om het offer te zien als iets dat mens en God nader tot elkaar brengt.

Tora gebruikt verschillende woorden voor “een mens” (niet persé een man). In de Zohar, het basisboek van de Kabbala dat dateert uit de 13e eeuw, worden deze woorden in een hiërarchische volgorde gezet. “Adam” is daar het woord dat de mens in zijn totaliteit aanduidt, met zijn of haar totale emotionele en rationele vermogens.

Voor deze schrijvers is het hoogste offer, het offer waar deze tekst voor hen naar verwijst, het offer dat werkelijk bewust “michem”, “van jullie” wordt gebracht. Het offer waarbij je zelf probeert zo dicht mogelijk bij God te komen.

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Uit je dak gaan ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

september

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30