Liberaal Joodse Gemeente Rotterdam.

16 september 2019 | 16 Elul 5779

Wajisjlach

Wajisjlach

Ja’akov vecht met een mysterieuze “persoon”, noch Ja’akov, noch de “persoon” weet de strijd te beslechten (Beresjit [Genesis] 32:25 ev.). Na een hele nacht zegt de “persoon”: “laat mij gaan, want het wordt ochtend”. In antwoord vraagt Ja’akov om een zegen. Het antwoord: “Toen zei Hij: Jouw naam zal voortaan niet meer Ja'akov luiden, maar Jisrael, want je hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen”. Zo, en nu beginnen de problemen.

Ik begin eerst met de meer voor de hand liggende zaken, aan het eind van dit stukje kom ik aan de echte problemen toe. Oplossingen heb ik niet.

Op de eerste plaats een stukje uitleg over de letterlijke tekst. Ja’akov krijgt een nieuwe naam, (Jisrael) die, zoals zoveel Hebreeuwse namen, uit een stukje van de Godsnaam en een werkwoord bestaat. In dit geval “EL” als Godsnaam en “SRH” als werkwoord. “SRH” komt als werkwoord niet veel voor in Tenach, maar wordt hier vertaald als strijden, vechten. Gewoonlijk gaan namen in het Hebreeuws zoals bijvoorbeeld “Netanja”: God heeft gegeven of “Jehosjoe’a”: God redt. Dan zou je hier dus kunnen vertalen: “God strijdt”. Dat is geen vreemde vertaling, in de overige boeken van Tora wordt keer op keer gezegd dat je een strijd alleen kan winnen als God aan je zijde vecht. Als dat niet zo is, gaat het mis. Vergelijk bijvoorbeeld het einde van het verhaal van de verspieders, Bamidbar [Numeri] 14:42. God is dan degene die strijdt aan de kant van Jisrael.

In deze tekst wordt de naam echter anders vertaald: “want je hebt met God en met mensen gestreden en hebt overwonnen”. Ja’akov/Jisrael is degene die in een strijd met God is verwikkeld. Dat is heel wat anders.

En nu komen de echte problemen. Op de eerste plaats, wie is de mysterieuze “persoon”. Op de een of andere manier lijkt het toch wel om God zelf te gaan, je ziet ook dat vertalingen gewoonlijk hoofdletters gebruiken voor de persoonlijke voornaamwoorden (“Hij” in plaats van “hij”). Tora spelt dat echter niet uit en de meeste Joodse traditionele commentaren willen er niet echt aan. In de vroege verhalen van Tora verschijnt God nog aan mensen, in de latere verhalen, zeker verderop in Tenach, is de afstand tussen mens en God groter geworden. Dat je zomaar een potje kunt worstelen met God is niet goed meer voor te stellen. In veel Joodse commentaren wordt dan ook met nadruk gezegd dat het gaat om een engel of de engel van Esav.

In wat modernere termen zou je dan kunnen zeggen dat Ja’akov zijn hele leven gevochten heeft met het beeld dat hij heeft opgebouwd van zijn broer. Ja’akov heeft zelf zijn broer bedrogen, maar het is de angst voor zijn broer die hem voortdrijft. De overwinning op de engel is een overwinning op hemzelf die het mogelijk maakt om terug te keren en zijn broer in de ogen te zien.

Maar misschien is het ook “gewoon” een gevecht met God. Niet alle commentaren lopen weg bij dat idee. Rasjbam (Samu’el ben Meir, de kleinzoon van Rasji) wijst erop dat er meer mysterieuze gevechten zijn in Tora, vooral als mensen niet doen wat God wil. Bijvoorbeeld als ze op reis gaan zonder toestemming, zoals Bil’am (Bamidbar [Numeri] 22:22-35). Of eigenlijk niet op reis willen gaan hoewel God dat vraagt zoals Mosjé (Sjemot [Exodus) 4:24-26). Rasjbam legt een verband met Ja’akov die wegvluchtte voor Esav zonder opdracht van God. Was dat een nodeloze vlucht?

Ik wil sluiten met een vraag. Ik spreek veel mensen die problemen hebben met God. Mensen die mij (vaak ongevraagd) melden dat ze niet in God geloven. Of vinden dat de wereld één grote bende is en dat dat aan God ligt. Zou je kunnen zeggen dat typerend is voor onze tijd dat wij regelmatig met God, of met het Gods-idee vechten? En wat is er dan voor nodig om te overwinnen? 

Nieuws

Fotoalbum toegevoegd: Dagtocht Rotterdam op 25 augustus 2019 Lees meer >>
De Rabbijn legt uit: Uit je dak gaan ... Lees meer >>
Fotoalbum toegevoegd: 50-jarig Jubileum LJG Lees meer >>

september

  • <  
  •   >
z m d w d v z
1
 
2
 
3
 
4
 
5
 
6
 
7
 
8
 
9
 
10
 
11
 
12
 
13
 
14
 
15
 
16
 
17
 
18
 
19
 
20
 
21
 
22
 
23
 
24
 
25
 
26
 
27
 
28
 
29
 
30